De geschiedenis van de Stroom Esch deel 10 - 19

Hier volgen de stukjes die eerder in de wijkkrant hebben gestaan vanaf deel 10.
De delen 1-9 en 20-30 staan op twee aparte subpagina's van de pagina Stroomesch.
 
Wanneer u op onderstaande link klikt komt u bij het betreffende deel:
#De prehistorie (deel 10)
#Het begin van onze jaartelling (deel 11)
#De eerste bewoners van de wijk Stroom Esch (deel 12)
#Interview met Geertje Hazewinkel (deel 13)
#Erve de Greve (deel 14)
#Interview met Jo Hofste-ter Brugge (deel 15)
#Beken rond de Stroom Esch vroeger en nu (deel 16)
#Geschiedenis van de wijkkrant (deel 17)
#Het nut van de beken rondom de Stroom Esch (deel 18)
#Interview met Gerard Segger (deel 19)
 

 
De prehistorie (deel 10)
De historie van heel vroeger
Wat zou u er van denken als u langs de Oude Weerseloseweg in plaats van een hondendrol een grote bolus van een mammoet zou zien liggen. De Oude Weerseloseweg was dan natuurlijk geen geasfalteerd fietspad, maar een uitgesleten weggetje in de toendravegetatie. En u liep niet in een japonnetje of een pak, maar in berenvellen.
Dat lijkt nu onmogelijk, maar er is een tijd geweest dat dit de normale situatie was.
 
De prehistorie van de "Stroom Esch”
In de archeologische bundel "Borne Archeologisch” , verschenen in 1995, laat Jan van Nuenen, de historie van Borne beginnen rond 1200 na Christus. Van die tijd dateren de eerste geschreven stukken waarin Borne wordt vernoemd. Maar hij geeft zelf ook aan: daarvoor was er hier natuurlijk ook al iets.
Dat noemt men daarom de pre-(voor-)historie.
 
 
  En dan komen we bij die mammoet terecht. Want in 1996 zijn, bij het graven van de vistrappen achter de vijver, in de bedding van de Bornse Beek, delen van het skelet van een mammoet gevonden. Zelfs in de landelijke pers werd daarvan melding gemaakt. Het was namelijk uniek dat van een mammoet zoveel botten van één lijf bij elkaar zijn gevonden. Het smeltwater van de ijstijd had diepe geulen in de grond uitgesleten. Bovendien was er, waarschijnlijk door een draaikolk in het water, een ronde verdieping uitgesleten, een zogenaamd "wiel”. Is de jonge mammoet hierin verdronken? Misschien met zijn achterste vast komen zitten in het diepere gedeelte van de geul of beek? Of was hij misschien al dood en met de stroom mee in het diepere gedeelte terecht gekomen?

De mammoet werd Boris gedoopt en uit gegevens van museum de Twentse Welle in Enschede komt naar voren dat hij hier tussen 24000 en 36000 jaar geleden heeft gegraasd en natuurlijk zijn of haar bolussen heeft gedeponeerd. Die bolussen zijn helaas niet meer terug te vinden. Maar ik ga nu toch wel anders kijken, als ik over de Oude Weerseloseweg fiets.

De laatste en voorlaatste ijstijd
De mammoet, en ook de ruigharige pony en de eland, waarvan de skeletten zijn gevonden, liepen hier rond enige tijd na de laatste ijstijd. Na onderzoek schat men de ouderdom van de skeletten van pony en eland op circa 9000 jaar. Hierboven stond al dat de mammoetbotten waarschijnlijk ouder zijn.
Die laatste ijstijd eindigde volgens sommige bronnen ca. 15 000 jaar geleden (andere bronnen noemen ca 13 000 geleden als eindtijd, maar ach, op een paar jaar meer of minder kijken we niet).
In deze ijstijd kwam het vaste landijs niet tot aan onze streek. De begroeiing in deze omgeving zag er toen uit zoals nu in het noorden van Lapland en Siberië, met een lage toendravegetatie. ‘s Winters bevroren en 's zomers drassig, met lage heideachtige struikjes.
Als we nog verder terug gaan in de geschiedenis komen we bij de voorlaatste ijstijd. Die is ook belangrijk voor het gebied rond de Stroom Esch. Want in de voorlaatste ijstijd, ongeveer 150 000 jaar geleden, schoof de landijsmassa wel tot in onze omgeving. Daardoor werd grond opgeschoven tot heuvels, denk maar aan de "bergen” bij Oldenzaal. Mogelijk ontstonden daardoor ook een aantal essen hier in de buurt. En anders wel door afzetten van dekzanden in de droge perioden tijdens de ijstijd. Ongeveer midden in de laatste ijstijd verdween de Neanderthaler van de wereld en ontstond de "moderne mens”, zeg maar onze "directe” voorouder. Waarschijnlijk hebben ze wel enige tijd (honderden jaren?) samen in onze streken geleefd. Maar de Neanderthaler verdween en onze "directe” voorouders bleven hier rondlopen.
Dat lijkt misschien raar, in zo'n koude periode. Maar de ijstijden waren niet voortdurend alleen maar koud. Men denkt nu dat er vrij snelle klimaatwisselingen waren, zodat binnen een tijdsbestek van een mensenleven zeer koude en redelijk warme perioden voorkwamen, vergelijkbaar met onze klimaatomstandigheden. Niet echt prettig zou ik zo denken, maar wel te overleven.
Dat lijkt misschien raar, in zo'n koude periode. Maar de ijstijden waren niet voortdurend alleen maar koud. Men denkt nu dat er vrij snelle klimaatwisselingen waren, zodat binnen een tijdsbestek van een mensenleven zeer koude en redelijk warme perioden voorkwamen, vergelijkbaar met onze klimaatomstandigheden. Niet echt prettig zou ik zo denken, maar wel te overleven.
 
De eerste mensen
Henk Woolderink schreef het boek "De hof te Borne” , dat in 2006 uitkwam. Daarin staat op pag. 9: "Dit is tevens het moment dat de eerste mensen in onze omgeving komen, want waar dieren zijn, zijn de rendierjagers niet ver meer.” Hij doelt dan op de tijd niet zo lang na het beëindigen van de laatste ijstijd, zo'n 9000 jaar geleden. Deze jagers hebben geen geschreven berichten nagelaten, we moeten het doen met wat in de bodem achterbleef en niet is verteerd. Dus gaat het vooral om vuurstenen voorwerpen.
Deze mensen leefden nog in de zogenaamde Steentijd. Bronzen en ijzeren voorwerpen gaan de bewoners pas later gebruiken.
Van die vuurstenen gebruiksvoorwerpen zijn er heel wat gevonden in de Stroom Esch.
 

Dorpsarcheoloog Jan van Nuenen was er "als de kippen bij” als er voor bouwwerkzaamheden een kuil gegraven moest worden en men daar interessante dingen vond.
 
Begraven verleden
De oude geschiedenis is vaak letterlijk begraven. Over oude lagen zijn later dikke lagen dekzand gestoven. Enerzijds is dat en zegen want daardoor liggen allerlei overblijfselen van vroeger mooi opgeborgen. Maar wil men wat terugvinden, dan moet er gegraven worden. Dat is duur, dus wachten archeologen vaak tot er toch al gegraven wordt.
Bijvoorbeeld toen de winterbedding van de Bornse Beek in de buurt van de havezate Weleveld werd verdiept en uitgebreid. Hier werden in de zandige bodem vuursteenscherven gevonden. Kennelijk leefden hier, misschien wel 4000 jaar geleden, mensen, die vuursteen bewerkten.
Precieze datering is niet eenvoudig, omdat het steentijdperk op verschillende plaatsen verschillende tijden besloeg. Mogelijk was in deze omgeving de bevolking zo arm dat het duurdere koper pas later zijn intrede deed dan elders. De overgang van steentijd naar kopertijd wordt vaak gedateerd rond 2500 voor Christus, circa 4500 jaar geleden dus.
 
Primitief gedoe
Deze steentijd bewoners hadden natuurlijk geen slijptollen of ander mooi gereedschap. Met de ene steen moesten ze stukken afslaan van een andere steen. Toch is duidelijk te zien dat de stenen bewerkt zijn. In een later stadium gingen de mensen over tot het polijsten van hun stenen. Waren het in eerste instantie vrij grove steenstukken, van latere tijd stammen mooi gepolijste bijlen en dolken van steen. Van dit alles zijn voorbeelden gevonden bij opgravingen in de Stroom Esch, bijvoorbeeld bij de aanleg van de Weerselosestraat, bij de kruising met de Kruisselbrink.
 
Jongere geschiedenis
Met het einde van het stenen tijdperk en het begin van het koperen, bronzen en daarna ijzertijdperk naderen we het begin van onze jaartelling ruim 2000 geleden.
Voor het maken van koperen werktuigen waren hele nieuwe technieken nodig. Er zat hier in de buurt waarschijnlijk geen koper in de grond. Koperen voorwerpen komen dus van elders. Maar als men daar een ander voorwerp van wilde maken, moest het koper gesmolten worden. Dat lukt niet in een gewoon vuurtje, daarvoor is een primitieve smeltoven nodig, waardoor er voldoende zuurstof bij het vuur komt (koper smelt bij 1083 g. C., dat haalt een vuurtje niet). Hier in Twente werd wel ijzeroer gevonden, maar voor het smelten van ijzer zijn weer hogere temperaturen nodig (ijzer smelt bij 1535 g. C.). Het duurde enige tijd voordat de mensen die nieuwe technieken onder de knie kregen, ofwel zelf uitgevonden, ofwel nageaapt van elders..
Er zijn in de Stroom Esch wel voorbeelden van voorwerpen uit die tijd, zo rond het begin van onze jaartelling, gevonden.

In een volgende aflevering van "De geschiedenis van de Stroom Esch” wil ik daar op verder op ingaan.

Jan Blom

Gegevens uit:

  • Jan van Nuenen: Borne archeologisch; Heemkundevereniging Bussemakershuis Borne 1995
  • Henk Woolderink: De hof te Borne; Heemkundevereniging Bussemakershuis Borne 2006
  • Info Twentse Welle Enschede, hr. Dennis Nieweg.
Foto Boris met onderschrift: reconstructie tekening van het skelet van Boris; de zwarte onderdelen zijn in de beek gevonden
Foto: vuurstenen voorwerpen zoals gevonden in de Stroom Esch
 

 
 
Het begin van onze jaartelling (deel 11)
Deel 10 van de geschiedenis reeks eindigde met de aankondiging van het begin van onze jaartelling, dus zo ongeveer 2000 jaar geleden. Henk Woolderink geeft in "De hof te Borne” aan dat er zeer waarschijnlijk rond die tijd wel mensen leefden in de Stroom Esch.
 
Belangrijke ijzertijd vondst
Aan de Weerselosestraat, op het punt waar de Kruisselbrink daarop uit komt, zijn donkere verkleuringen in de grond gevonden bij het uitgraven van de straatbedding en de grondwerken voor de huizen daar.
Die donkere vlekken laten zien dat hier vroeger palen stonden. Uit de ligging van de vlekken ten opzichte van elkaar, kan de conclusie getrokken worden dat hier de wanden van een huis hebben gestaan. De ouderdom wordt geschat op circa 2000 jaar. Er zijn ook scherven gevonden van aardewerk, die aangeven dat er hier in de ijzertijd een nederzetting heeft gestaan.
 
De Karolingische tijd
In de periode van augustus tot en met oktober 1987 zijn er opgravingen bij het plantsoen van het Hoefblad. Daar worden heel wat paal sporen die verwijzen naar bebouwing. De twee huizen waren behoorlijk groot: plus minus 25 meter lang en 7 meter breed. In het Enschedese museum Twentse Welle staat een maquette van één van die huizen. Uit de sporen kon ook de plaats van bijzondere gebouwtjes worden gereconstrueerd. Er zijn ook 4 waterputten gevonden. Het hout van deze putten is bij de Groningse Universiteit onderzocht, waarna de ouderdom geschat is op circa 1500 jaar (afkomstig uit plus minus 650 na Christus.
Bij deze opgravingen zijn ook verkoolde boontjes gevonden en heel wat potscherven.
Het bewoningsgebied liep door tot aan het gebied waar nu de Stroom Esch laan loopt.
 
De ridder van Borne

Nu wordt het echt spannend. Jan van Nuenen, "de Bornse archeoloog” onderzoekt in 1987 een Karolingische nederzetting. Dat doet hij op de plaats waar nu het plantsoentje van het Hoefblad ligt. Tijdens dit onderzoek vindt hij een grafplaats, waarbij een zwaard ligt, en een lanspunt. Ook liggen er 2 laarssporen en een beurs met 16 zilveren munten. De munten zijn te dateren: tussen 792 en 814 na Christus geslagen. Eén van de plaatsen waar dit gebeurde is Dorestad. (bij Dorestad moet ik altijd denken aan die grote klasseplaat van Isings: "de Vikingen veroveren Dorestad” en daarbij een illustratie van een brandende stad en een Vikingschip op de rivier, als ik me goed herinner). Dit is de tijd dat Karel de Grote over Nederland heerste. 

 

In zijn boek legt Henk Woolderink een mogelijk verband tussen deze vondst en een oude sage over een Franse soldaat die hier in de buurt zou zijn vermoord. Familieleden van een meisje zouden hebben ontdekt dat zij was verkracht door de Franse soldaat. Zij zouden daarover zo kwaad zijn geworden (misschien waren ze wel geschokt), dat ze de soldaat doodden. Tja, de sexuele drift van de mens. Overigens geeft Henk Woolderink zelf ook al aan dat het speculatie is en dat het een aardig verband zou kunnen zijn tussen volksverhalen en werkelijke geschiedenis.
(De Foto van het plantsoentje is genomen op de plaats waar de munten, plattegronden van huizen en het graf van een Karolingische ridder zijn gevonden).
 
In ieder geval is nu wel duidelijk dat er hier in de buurt rond 800 na Christus mensen ronddoolden, niet beseffende dat ruim duizend jaar later hier een woonwijk met 1500 huizen zou verrijzen.
 
Nog meer vondsten
Meer westelijk, in de richting van de Stroom Eschlaan, zijn nog meer vondsten opgegraven. Onder andere een houten waterput, die gedateerd is in de periode tussen 810 en 880 na Christus.
En op de plaats van de achtertuinen van de huizen aan de Stroom Eschlaan zijn ook delen van gebruiksvoorwerpen gevonden, bijvoorbeeld scherven van aardewerk uit een iets later tijdperk, ongeveer 900 na Christus.
 
Sherlock Holmes
Toen ik het boek van Henk Woolderink las kreeg ik soms de indruk van een "Sherlock Holmes”, die uit vondsten een verhaal probeert te reconstrueren. Is het allemaal zo gebeurd? Zag het er allemaal zo uit? Dat is niet altijd even duidelijk, maar heel goed mogelijk.
Wel is duidelijk dat er al duizenden jaren in het gebied van de huidige Stroom Esch bewoning was. En dat de archeologische vondsten in de Stroom Esch ervoor zorgden dat Borne duidelijk en belangrijk op de oudheidkundige kaart van Nederland kwam.
 
Gegevens onder meer uit:
  • Jan van Nuenen Borne Archeologisch; Heemkundevereniging Bussemakershuis Borne 1995
  • Henk Woolderink De hof te Borne Heemkundevereniging Bussemakershuis Borne 2006
 
Jan Blom

 
 
Interview met Caroline van der Beek (deel 12)
 
De eerste bewoners
Caroline van der Beek woonde, iets meer dan 26 jaar geleden, net aan het Baardgras en ze werkte in het Dijkhuis. Het was begin januari 1984. Toen ze, uitkijkend over de Stroom Esch, aan een bewoner uitlegde waar ze woonde, riep die uit: "Oh, won ie doar, aon e owerkant; doar zol ik nog nig dood will'n ligg'n”.
 
Allereerste begin
Ik schreef hierboven "uitkijkend over de Stroom Esch”, maar er was toen eigenlijk nog nauwelijks iets dat je "de wijk Stroom Esch” mocht noemen. Uitkijkend, vanaf de hogere verdiepingen van het oude Dijkhuis, had Caroline in 1983 wel bouwactiviteit gezien in het gebied aan de overkant van de rondweg. "Pijpen en buizen”, het begin van een nieuwe wijk. Maar dat was ook weer stil gelegd. Later hoorde ze dat de bouw toch weer opgestart zou gaan worden. Ze woonde toen, met haar man Henny, in Enschede.
Zij kwam oorspronkelijk uit Borne, echtgenoot Henny was in Enschede geboren.
Caroline werkte in die tijd in het Dijkhuis, daarom zou een huis in de Stroom Esch mooi dichtbij zijn En het bleek mogelijk om als één van de eersten in aanmerking te komen voor een huis in de Stroom Esch. De Woningbouwvereniging Woonbeheer Borne bouwde toen, als eerste, huurhuizen aan het Baardgras en vlak daarna aan de Weerselose straat.
 
Langst wonende Stroomeschers
In de wijkkrant van de herfst 2007 heb ik beschreven dat eind december 1983 de eerste huissleutel van de Stroom Esch werd uitgereikt. Dat was de sleutel voor Baardgras 6. Die eerste bewoners zijn inmiddels allang weer uit dat huis vertrokken en dat geldt ook voor de meeste andere huizen van het Baardgras.
Alleen Caroline en Henny van der Beek wonen daar nog vanaf het begin. Zij zouden dus wel eens de langst wonende inwoners van de Stroom Esch kunnen zijn. Zij kregen de sleutel in januari 1984.
 
Toen was er alleen nog maar een rijtje huizen aan het Baardgras.
Er lag eigenlijk nauwelijks een straat. "Het zand kwam zo'n beetje door de roosters naar binnen”, herinnert Henny zich nog van die tijd.
Aan het eind van het Baardgras, waar nu het fietspad Pampagras ligt, liep een verhard pad naar de Weerselose weg. Die Weerselose weg was gewoon de oude weg richting Hertme/Weerselo. Daar reed alle doorgaande verkeer overheen.
Verder was er niets, nou ja, veel zand en modder.
Vervolgens ging het in die januarimaand ook nog eens stevig winteren, met sneeuw en ijs. Daar werd het niet beter van, want toen was de weg helemaal niet meer terug te vinden.

Kaal begin
Het was dus koud, modderig en kaal dat eerste half jaar. Geen bomen, geen andere huizen, geen winkels. Henny en Caroline konden vanuit huis zo naar "de Bontekoe” kijken, waar de verkeerslichten op het kruispunt stonden. De andere kant op konden ze over het open veld richting Saasveld kijken.
Ze kunnen zich nog herinneren dat er een kleuterschool was op Baardgras 2, de basisschool kwam pas later, eerst klein en geleidelijk uitbreidend. Ook erg leuk was, dat de eerste Baardgras-bewoners een kerstboom kregen met allerlei waardebonnen erin, geschonken door de Bornse middenstand.
Maar na 1984 ging het hard. Eerst werden de huizen ten noorden van het Baardgras aan de Weerselose straat gebouwd. Daarna begon ook de bouw van de eerste huizen aan het Blauwgras, de "bejaardenwoningen” vooraan. De witte huizen aan het Pampagras zijn pas veel later gebouwd.
 
De eerste middenstand
In 1984 waren er nog geen winkels; voor boodschappen moesten Caroline en Henny naar het oude Centrum. De enige verbinding daarnaar toe was over het kruispunt bij de Bontekoe. Er lag toen ook maar één, veel smallere, brug in de Weerselose straat, over de Bornse beek.
Het plein waar nu de Plus winkel aan ligt was toen nog helemaal leeg. Ze konden zo naar Hertme kijken. De eerste "winkel” die daar kwam was een houten keet, waar friet werd verkocht. De andere dienstverlenende instantie was de Rabobank, die alleen ‘s middags geopend was, "Weerselose straat 38”, meende Henny zich te herinneren,.
De frietkeet was de voorloper van Kwalitaria de Es, die na de bouw van de Dorsmolen eerst in het pand kwam waar nu de dierenartsen hun praktijk hebben. De ruimte ernaast stond toen nog leeg, daar is de snackbar pas later in getrokken. In de Dorsmolen kwam gelukkig ook een supermarkt. Daar is geen voorloper voor geweest in een houten barak, zoals je elders wel eens ziet in een nieuwe wijk.
 
Stroom Esch een mooie wijk
Het was hier vanaf het begin gezellig. Een jaarlijkse barbecue met Baardgras-bewoners en bewoners van de huizen hier achter aan de Weerselose straat. "We hebben nog steeds veel onderling contact hier, ook weer met nieuwkomers”. "Wel leek het wat gemoedelijker vroeger. Bijvoorbeeld bij de volleybaltoernooien; even een lijntje naar binnen voor de elektriciteit, dat was geen probleem. Dat waren gigantische belevenissen, met talloze sportteams.”
We zijn ook direct lid geworden van de Wijkvereniging, ook al waren we er vaak niet, door ons werk. Ze organiseerden wel heel veel.
De Stroom Esch is een mooie wijk, ruim opgezet, veel verschillende typen huizen.
En bij de vijver bijvoorbeeld. Dat is een mooi stukje, dat er trouwens haast niet was geweest. Ze waren al van plan om de vijver weer dicht te schuiven, maar daar kwam toen protest tegen. Daarna is het mooi aangelegd met een schuine talud en het eilandje. Vooral op een mooie zomeravond een rustiek plekje.
Als het aan Caroline en Henny van der Beek ligt wonen ze hier nog wel een tijdje.

Jan Blom

Foto bij dit artikel: Het Baardgras, gezien vanuit het Pampagras

 
 

Interview met Geertje Hazewinkel (deel 13)

De geschiedenis van een wijk zit in de mensen, zeker in de oudere mensen. Dus als je de geschiedenis van de Stroom Esch wilt beschrijven, moet je ook met die mensen gaan praten.

In het gesprek met Joke Batenburg, weergegeven in de Wijkkrant van herfst 2008, viel de naam Geertje Hazewinkel. Dat was in de begintijd van de Wijkvereniging Stroom Esch een enthousiast bestuurslid, die, onder andere, de mening van de oudere bewoners in de Stroom Esch kon verwoorden. Onder andere, omdat uit het gesprek dat ik nu met haar had, bleek dat Geertje Hazewinkel heus niet alleen naar haar oudere wijkbewoners keek en kijkt.

Wat is oud?
Bij de start van de Wijkvereniging Stroom Esch was Geertje 65. Ze was toen net vanuit de Taurusstraat in Borne verhuist naar de Wanne. Dat betekent dus dat ze nu 85 jaar oud is, maar wat is oud. De Bouwvereniging heeft haar al een keer gevraagd of ze niet wil verhuizen naar het Dijkhuis. "Nee”, zegt ze, "daar ben ik nog geen mens voor!”. Ze heeft het nog prima naar haar zin hier in de Wanne, met hulp van haar zoon en één maal in de week hulp in de huishouding. "Ja, het geheugen gaat wel wat achteruit, maar daar moet je mee leven, het is niet anders. En mijn lichaam wil ook niet alles meer. Maar op zich gaat het nog goed”.
 
Haar begin in Borne
Geertje komt oorspronkelijk uit Drente, uit de buurt van Emmen. Met haar ouders is ze, op 4-jarige leeftijd, naar Borne gekomen. Ze heeft dus veel ontwikkelingen van Borne kunnen volgen. Het is wel bijzonder dat haar vader indertijd een volkstuin heeft gehad op de plaats waar nu de Wanne staat. Ze heeft daar zelf groente geoogst, dat kunnen waarschijnlijk niet veel bewoners van de Wanne zeggen. Haar vader, de heer Kruit, had een kruidenierswinkel in de Lantmansstraat

Geertje is dus geen "echte Boornse”; ze heeft hier wel lang gewoond, maar ook na haar vierde heeft ze niets steeds in Borne gewoond. In het begin van haar huwelijk heeft ze een tijdje in Almelo gewoond, maar al haar kinderen zijn in Borne geboren.

Een druk bezet leven
Het is niet zo vreemd dat Geertje Hazewinkel in het bestuur van de Wijkvereniging stapte, want ook daarvoor had ze al veel vrijwilligerswerk gedaan. In het jeugdwerk van Borne, organiseren van wekelijkse bezigheden voor de jongere en oudere jeugd. Ze ging ook mee met zomerkampenen kookte dan bijvoorbeeld voor vijftig mensen. Zoveel dat haar man soms wel eens zei: "Ben je nu met mij getrouwd of met de jeugdbeweging”.
Ze is met al dat vrijwilligerswerk gestopt toen ze na haar veertigste last kreeg van migraine. Maar gelukkig werd dat na haar zestigste weer minder, dus kon ze toen eerst in het bestuur van de ouderen vereniging Wanne/Dorsmolen stappen en vervolgens ook in de Wijkvereniging Stroom Esch.
 
Iemand met veel contacten
Toen men in de Wanne een bewonersvereniging oprichtte wilde Geertje daar ook wel weer aan meedoen. In het herinneringsboekje "1989…1999 Tien jaar Ouderenvereniging de Wanne, Dorsmolen & Stroom Esch” staan dan ook meerdere foto's waaruit blijkt dat Geertje regelmatig bij activiteiten aanwezig was. Ze praatte mee in overleg met instanties om de leefbaarheid voor de bewoners verder te vergroten. Ze was te vinden bij koffieochtenden en het koersbal. Ze ging mee op ziekenbezoek en kon bij de handvaardigheidbijeenkomsten haar kundigheden gebruiken, die ze had opgedaan in de confectie bij Lievenbaum en bij het maken van kleding voor het eigen gezin.
 
In die tijd was Cor Woudstra voorzitter van de Wijkvereniging. Hij kwam vragen of er iemand vanuit de Wanne mee wilde denken en doen met de Wijkvereniging. Geertje wilde dat wel doen. Maar ze gaf daarbij aan "dat ze niet zoveel wist”, waarop Cor antwoordde: "Wat jij zegt, dat zijn wijze woorden, daar hebben we allemaal wat aan”.
Maar niet alleen wijze woorden, ook welkome actie. Geertje stond bijvoorbeeld altijd in de kraam bij de kerstboomverbranding en zorgde voor de glühwein en de chocolademelk. Ze zorgde ook in de beginjaren dat er een bingo kon worden gehouden in de Wanne.
 
"Blijf er nu bij?”
Ze was wel een beetje "de oudere” in een club jongeren. Toen ze ook nog begonnen over computers en zo, gaf ze aan dat ze maar moest stoppen. Maar iedereen protesteerde daartegen en Paul Elferink, één van de toenmalige activiteiten commissarissen, lijmde haar met de belofte dat hij een taart voor haar zou bakken als ze bleef. Dat overtuigde haar en ze bleef lid van het bestuur.
Geertje weet niet meer precies in welke jaren ze lid was van het bestuur van de Wijkvereniging, maar op je vijfentachtigste mag je af en toe wel eens wat vergeten. Ik heb gezocht in oude wijkkranten en vindt in ieder geval vermeldingen vanaf 1991-2.
In de wijkkrant 1994-1 staat een interview dat Herman van Dragt heeft geschreven. Hierin staat dat Geertje had bedacht ze dat ze toch meer voor de ouderen kon doen via de Algemene Bond voor Ouderen (ANBO).
Daarom is ze uiteindelijk toch gestopt met haar werk voor de Wijkvereniging Stroom Esch. "Bij het begin was ik 65, toen kon je nog van alles doen. Maar ja, het wordt minder, daar kun je niets tegen doen.”
 
Nooit chagrijnig
"Ze zeggen wel eens tegen me: Jij bent nooit chagrijnig. Maar moet dat dan? Ik ben best tevreden. Ik loop niet zo heel best meer, maar met de rollator lukt gaat het nog wel. Ik loop nog regelmatig rond de vijver. Ik had altijd veel vrienden en kennissen. Nog wel, maar als je zelf ouder wordt vallen er weg, dat is wel jammer. Toch is het nog goed toeven hier in de Wanne met alle activiteiten en gezelligheid. Ik denk maar aan de koffieochtenden en de bingo en jaarlijks de barbecue in samenwerking met de Plus. En natuurlijk de culturele en informatieve avonden hier beneden in de gemeenschapsruimte”.

Als het aan Geertje ligt, dan houdt ze het hier nog wel even vol.

Jan Blom

 
 

Erve de Greve (deel 14)

Als je iets meer over de geschiedenis van de Stroom Esch wilt weten, kun je ook, of misschien wel juist, gegevens zoeken bij de boeren rond de Stroom Esch. Ik heb dat al eerder gedaan, door op bezoek te gaan bij de familie ter Keurs op erve het Bartelink.
Voor dit verhaal heb ik gekozen voor de familie ten Dam, Annemarie en Gerhard. Zij wonen op erve de Greve aan de Aalderinksweg, aan de noordoostkant van de Stroom Esch, langs de Deurningerbeek
 

Oudste gevonden gegevens: 1398
Er staan al gegevens in een archiefstuk uit 1398 uit Schloss Brandlecht, Darfeld, kreis Coesfeld (net over de grens ten zuidoosten van Enschede). Daar is sprake van een grondruil. Tussen Johan van der Thie, die Oelde en Johan van der Thie, Sohn Coenrades enerzijds en Willem Tesschenmaker, Kirchherr te Borgenden, anderzijds. Het ging daarbij om twee stukken bouwland en een stukje hooiland uit erve Grevinck te Hertmen.
Het stukje hooiland lag bij de Ymeschelve, met aan weerszijden het Kirchenland.
Ook in het Schattingsregister Twente van 1475 wordt erve Grevinck genoemd. De bewoners daarvan betaalden toen twee schilden. Dat betekent dat het een behoorlijk groot erve was, want veel erve's in de buurt hoefden maar 1 schild te betalen. (Een schild was een munt met een waarde van ongeveer 20 stuivers, toen veel geld).
 
Jongere geschiedenis
In 1820 was Frederik Rummel, een medicus uit Delden, eigenaar van de boerderij en de grond, die inmiddels de Greve heette. De naam Rummel kwam ik ook tegen in de Kadastrale Atlas Overijssel 1832.
De boerderij op de Greve wordt verschillende malen verbouwd.
In 1913 koopt Herman Meyling Gzn erve de Greve. Meyling is eigenaar van een bierbrouwerij in Borne, die later verhuist naar Hengelo, de Hengelose Brouwerij. Hij laat in 1916 een theekoepeltje bij de boerderij bouwen. Dat theekoepeltje staat nog steeds in het bos op de Greve.
In de Kadastrale Atlas Overijssel 1832 komt de naam Meijling ook al voor als eigenaar van grond in de Stroom Esch. Meijling is dan nog kastelein in Borne. Mij is niet helemaal duidelijk of het bij Meyling en Meijling om dezelfde families gaat, maar waarschijnlijk wel.
 
De Greve en de familie ten Dam
Hoe de familie ten Dam op de Greve komt is een verhaal apart: de ouders van Gerhard ten Dam hadden een boerderij in Gammelke. En in Bekkum stond een boerderijtje van de moeder van Gerhard. In eerste instantie was het plan dat Gerhard die boerderij in Bekkum zou overnemen.
In diezelfde tijd zorgde Annemarie gedeeltelijk voor de oude mevrouw Meyling, die woonde in Villa Meyling in de Stationsstraat. Ze had dat ook al vóór haar trouwen gedaan.
Ook in die tijd, 1968, vertrok de familie Huiskes van de boerderij op erve de Greve. Deze boerderij, met omliggende grond, was toentertijd nog eigendom van de familie Meyling. De familie Meyling stelde toen voor aan de familie ten Dam om erve de Greve te pachten.
De familie ten Dam verzorgt nu op de Greve een gemengd bedrijf: vleeskoeien, varkens en een veehandel. Zij hebben nooit een "landbouwpoot” gehad, veevoer werd steeds van buiten betrokken.
 
In de tweede wereldoorlog
Begin oktober 1944 werden de brouwerij en het huis van de familie Meyling in Hengelo vernield, bij het bombardement op het station van Hengelo. Zij hebben daarna enige tijd in schuren bij de boerderij op de Greve doorgebracht. In de tweede wereldoorlog was de oudste zoon van het gezin Meyling oud genoeg voor de arbeitseinsatz. In de bossen rond de boerderij konden vader en zoon zich, indien nodig, gemakkelijk verbergen voor de Duitsers, terwijl de rest van de familie in de schuur bij de boerderij verbleef .
 
Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer
De heer Meyling heeft van de Greve een Besloten Vennootschap gemaakt, om de grond van de Greve als één stuk bij elkaar te houden.
In 1985 heeft de BV de grond en gebouwen van de Greve verkocht aan Natuurmonumenten. De grond werd daardoor beschermd gebied. Dat blijkt als de Stroom Esch wordt opgezet. De gemeente Borne moet dan een ruime rand rond het weiland onbebouwd laten. En de bebouwing dicht aan de grens moest ook laagbouw zijn. Van de eerste huizen aan de Pinksterbloem, de even nummers aan de oostkant, is het hoogste punt bijvoorbeeld maar vijf meter boven maaiveld.
Wellicht dat daardoor ook de mooie rij eiken is blijven staan rond het weiland dat grenst aan de Stroom Esch.
 
Korte tijd later heeft Natuurmonumenten het stuk grond aan Staats Bosbeheer overgedaan, in ruil voor een stuk grond in de Lutte. Nu is dus de grond van Erve de Greve, en ook van Erve Het Bartelink, van Staats Bosbeheer. Deze grond, en in eerste instantie ook de boerderijgebouwen op erve de Greve, wordt dus sinds 1968 gepacht door de familie ten Dam.
In de jaren 1981/1982 wordt de boerderij nogmaals grondig gerenoveerd. De familie ten Dam heeft toen twee jaar in een schuur gebivakkeerd. Dit is ook de tijd dat de eerste huizen van de Stroom Esch worden gezet.
In 2002 heeft de familie ten Dam de boerderijgebouwen op de Greve gekocht. Het land eromheen is nog steeds in pacht van Staats Bosbeheer. Hierop staan de vleeskoeien, die ieder jaar hun eigen kalfjes grootbrengen.
 
Begin Stroom Esch
De grond waarop de huizen van de Stroom Esch werden gebouwd, was natuurlijk afkomstig van boeren hier uit de omgeving.
Zo komen de huizen van het begin van de Pinksterbloem op grond die oorspronkelijk was van Rientjes, van de Meyershof. De witte huizen aan de Weerselosestraat staan op grond afkomstig van Schwering, ter Kiefte en Gerrit ter Keurs, de vader van Jan ter Keurs van erve het Bartelink.
De familie ten Dam is geen grond kwijtgeraakt aan de Stroom Esch, doordat de grond van erve de Greve eigendom was van eerst Natuurmonumenten en daarna Staatsbosbeheer.
 
Verhouding ten Dam/Stroom Esch
De familie ten Dam heeft geen moeite met de bewoners van de Stroom Esch. Als Gerhard in de wei bezig is, krijgt hij regelmatig consumpties aangeboden. Hij maakt ook wel aparte dingen mee met de koeien in de wei, vooral als er kalveren lopen. Die kruipen nogal makkelijk onder de omheining door. Die jonge dieren verbergen zich graag. Zo had zich eens een kalf verstopt onder een conifeer van een aangrenzende tuin. Toen de moederkoe riep, spoedde het kalf zich weer de wei in.
Honden geven soms problemen. Koeien met kalveren zijn fel op honden. Mensen beseffen dat waarschijnlijk niet, als ze met een hond langs het weiland lopen. Ook is er eens een hond door de wei gelopen en heeft de koeien opgejaagd. Dat kan fors uit de hand lopen, want rennende koeien laten zich niet door een draad tegenhouden.
 
De familie ten Dam heeft ook een goede verhouding met de Wijkvereniging.
Bijvoorbeeld: ieder jaar vindt langs de beek, op het terrein van de Greve, het "Eieren zoeken” plaats.
 
 
Over wederzijdse kontakten heb ikzelf nog een aardige anekdote:
Tijdens een forse storm (24 juli 2007) hoorden wij een hevig gekraak en een dreunende klap. Onze achtertuin grenst aan de weide waar de koeien van ten Dam lopen. Wij zagen de koeien rennend vanaf de beek komen. Ik dacht: "Ai, bij de beek is een boom omgewaaid en de koeien rennen daarvoor weg.” Maar er was een eik omgewaaid in de wal achter onze tuin en de koeien kwamen aangerend om het loof van de omgevallen boom heerlijk op te vreten. Na het in stukken zagen van de boom heb ik van Gerhard ten Dam een schijf van die boom gekregen, voor een sigaartje. Aan het aantal jaarringen kon ik zien dat de eiken ongeveer 120 jaar oud zijn. 
 
Herkomst gegevens:
- interview familie ten Dam
- schriftelijke informatie Ir. O. Meyling
- internet Google (gezocht op Herman Meyling Hengelose Bierbrouwerij)
- Kadastrale Atlas Overijssel 1832
 
Jan Blom

 
 
Interview met Jo Hofste-ter Brugge(deel 15)
 
Het is bij deze stukjes geschiedenis al eerder gezegd: de geschiedenis van de Stroom Esch zit voor een gedeelte bij de bewoners, en dan vooral de ouderen. Deze keer een verslag van een bezoekje aan mevrouw Jo Hofste-ter Brugge.
 
Onze eerste kennismaking
Toen wij begin 1987, als mogelijke koper, gingen kijken naar Pinksterbloem 4 waren de andere huizen in dat rijtje al verkocht en bewoond. Bij Jo en Wim op nummer 2 mochten we toen kijken hoe de huizen er van binnen uitzagen. Dat was het begin van een vriendschap tot nu toe. Helaas is Wim intussen overleden. In latere gesprekken bleek dat Jo in 1922 was geboren in Zenderen. Zij kon dus vast wel iets vertellen over de geschiedenis van de Stroom Esch.
 
Schoolbezoek
De basisschool bezocht Jo in Zenderen. Ze kan nog hele verhalen vertellen over die tijd, toen ze nog jong was: waar opa woonde, van een tante die een kruidenierswinkel had in Zenderen en dat de vader van Jo voor haar tante een kistje timmerde, waarmee ze langs de huizen kon gaan om kruidenierswaren te verkopen. De vader van Jo was Timmerman bij de firma Braakhuis, de voorganger van wat nu Doeland Braakhuis is.
 
Kontact met Borne
In Zenderen waren de mensen meest op Almelo gericht en niet op Borne. Voor boodschappen die niet in Zenderen te krijgen waren, ging men naar Almelo.
Maar voor de Mulo ging Jo naar Borne. Deze stond in de Stationsstraat en werd gerund door de Zusters van Schijndel. Ze fietste van Zenderen naar Borne over de Almelose straat. Dat was toen een laan met bomen, waar pas in 1938 een fietspad langs kwam. De eiken zijn ongeveer in 1946 omgehakt.
Bij Platenkamp, nu de eerste rotonde, fietste ze dan rechtdoor over de Almelose straat, wat nu de Bernhardstraat heet, om zo uiteindelijk in de Stationsstraat te komen. De rondweg lag er al wel, maar was nog niet aangesloten.
Ze kwam toen dus feitelijk niet langs de Stroom Esch.
 
Nieuwe school, nieuwe kennissen
Op de Mulo kreeg ze een vriendin uit Borne, die op de Koppelsbrink woonde, Trees Hofste.
De zondag was een dag om te wandelen of te fietsen. Ze ging dan ook wel eens mee met Trees Hofste om de hond uit te laten langs de Weerselose weg. Vanaf de Koppelsbrink, bij de Bornse Beek over de Hoge Brug en dan het land in. Want er was daar eigenlijk niet veel, over de Beek. Een paar boerderijen en de Stroom Es, een hoogte aan de zuidkant van de Weerselose straat, tegenover waar nu de Kruisselbrink ligt. Die Es was voor hen belangrijk, want daarop stond een dikke eik en tot daar mochten ze lopen met de hond: "Nig wieder dan ‘n dikk'n eek!”.
Trees bleek een leuke broer te hebben, Wim, waarmee ze later is getrouwd.
 
Stroom Esch: leeg
Eigenlijk was de Stroom Esch toen een lege landbouwvlakte, met een paar boerderijen natuurlijk.
Langs de Weerselose straat was de eerste boerderij links van Misdorp, op de Kruisselbrink, waar nu de Jong woont en waarvan de oprijlaan nu vanaf de Hedeveldsweg komt; maar het adres is nog steeds Kruisselbrink 1.
De eerste boerderij rechts, iets verderop was van Hendrik Lansink, die een aantal jaren terug is overleden. In plaats van het oude huisje is een mooi, dubbel woonhuis gekomen.
En Jo kan zich nog herinneren dat de vader van vriendin Trees, en latere echtgenoot Wim, een volkstuin had in de Stroom Esch, net achter de Hoge Brug. Zoals wel meer Bornenaren toen.
Mooie verhalen gingen ook over het bos bij ten Dam, nu de plek voor het Paaseieren zoeken. Dat werd toen het Huuskes bos genoemd. Dat was een bekende plaats voor afspraakjes van vrijende jongelieden.
 
Zicht vanaf het Dijkhuis
Jo werkte, nog vóór de bebouwing van de Stroom Esch, op het Dijkhuis, voor de Welfare. Vanaf de bovenste verdieping had je daar een mooi uitzicht over het land aan weerszijden van de Weerselose straat, allemaal bouwland en weiland, met enkele boerderijen daartussen.
Van daaruit kon je ook het hoger liggende gedeelte zien liggen, de eigenlijke Stroom Esch. Op een kaart van de Kadastrale Atlas Overijssel 1832 kun je ook zien dat "de Stroom Esch” alleen het gebied is tussen Weerselose straat, Kruisselbrink en de Bornse Beek.
 
Stroom Esch, toen leeg nu vol
Er is natuurlijk een groot verschil tussen de Stroom Esch vóór 1950 en nu. Toen een leeg gebied, met bouwland, weiland, met veel wild, bijvoorbeeld hazen en weidevogels, nu een gebied vol met huizen, mensen en huisdieren en konijnen en parkvogels. Mensen kunnen naar dat "oude” terugverlangen. Maar "dat is geweest”, zoals ik laatst een nazaat van een boer uit het gebied hoorde zeggen, wel met enige spijt in zijn stem, dacht ik.
 
Jan Blom

 
 
Beken rond de Stroom Esch, vroeger en nu (deel 16)
 
Vroeger dacht ik: "Twente is droog, geen sloten”. Ik ben geboren in Leiderdorp. Een groot deel van mijn jeugd bracht ik door aan de rand van kleine slootjes en grote vaarten, veel water dus.
In Twente liggen inderdaad minder slootjes dan in Zuid Holland, maar Twente is geen droog land. Ik heb in mijn jeugd nooit zulke overstroomde straten gezien als hier in Borne, in de Stroom Esch. En dan al die beken.
 
Afvoer van water
Ik hoorde van mensen die hier van oudsher woonde al eerder dat de Stroom Esch een "drassige boel” was. Vooral het deel in de buurt van de Pinksterbloem. Om al dat water af te voeren liepen er twee beken langs dit gebied: De Bornse Beek of Oude Beek en de Hattemer Beek. De Bornse beek kwam uit de richting Hengelo en de Hattemer Beek kwam, via Deurningen, uit Oldenzaal, ongeveer 12 kilometer lang.
 
Hattemer Beek?
Op recente kaarten zoek je in de buurt van de Stroom Esch tevergeefs naar de naam Hattemer Beek. In vroeger jaren stroomde de Hattemer Beek, vanuit Oldenzaal, langs Deurningen, en uiteindelijk ten zuiden van de Stroom Esch langs. De beek kwam zo'n 100 m vóór de Hoge Brug in de Bornse Beek uit. Dit kun je terugvinden op een kaart uit de Kadastrale Atlas voor Overijssel 1832, maar ook op oude kaarten van het Waterschap Regge en Dinkel. (Voor wie niet weet waar de Hoge Brug lag: dit was de plaats waar men de Bornse Beek overstak richting Hertme/Saasveld. Dus waar nu de brug ligt waarmee men vanaf de rotonde de Stroom Esch inrijdt. Bij het Vingergras).
 
Op kaarten uit 1860, 1900 en 1930 zie je de Hattemerbeek nog ten Zuiden van de Stroom Esch in de Bornse Beek uitkomen. Op een kaart die de situatie in 1950 weergeeft, zie je de beek ten oosten van de Stroom Esch uitgegraven. De naam is ook verandert in Hertemer Beek. De Hertemerbeek was een ondiepe, maar wel schone beek. Daar werd zelfs in gezwommen. Iemand die vroeger aan de Höftediek woonde vertelde mij: "Ongeveer met je buik over de bodem, maar vóór een stuwdammetje was het dieper, daar kon je zelfs duiken!”
 
Deurninger Beek
Op een hedendaagse kaart, is de naam van de Hertemer Beek veranderd in Deurninger Beek. Deze stroomt oostelijk langs de Stroom Esch en komt ten noordwesten van Hertme in de Bornse Beek uit. Als je vanaf de Weerselose Straat langs de beek naar het zuiden loopt zie je na ongeveer 200 meter aan je rechterhand een wal met bomen erop. Deze wal bestaat uit grond die uitgegraven bij de verlegging van de Hattemer/Hertemer/Deurningerbeek.
 
Het Watermachientje
Loop je nog verder langs de beek dan zie je vlak voor de eerstvolgende brug, in de Veldhuisweg, aan je rechterhand een plas. Loop je over de Veldhuisweg naar rechts, dan kom je op de hoek met de Piepersveldweg een klein gebouwtje tegen: het pompstation gebouw. Hierin stond vroeger een gemaal. Dat pompte water, uit de voorraadplas ernaast, via een buizenstelsel naar kleigaten in West-Borne. Dat water was bedoeld voor de textielfabriek van Spanjaard. Dus bij de "kleigaten van Scholte” stond ook zo'n pompstation, vanwaar het water naar de fabriek tegenover het station gepompt werd. Door de bewoners uit de buurt van de Piepersveldweg, maar ook door Hertmenaren, werd dit gemaal het watermachientje genoemd.
 

Van een oudbewoner (Gé Nijkamp) hoorde ik: " Dat stond de hele dag te zoemen het hele jaar door, dag in dag uit. Maar tijdens de bedrijfsvakantie, ergens in juli of augustus, dan werkte het gemaal een week niet en was het vreemd stil, zonder dat gezoem.”
 
Bornse Beek en Hattemer Brug
De andere beek langs de Stroom Esch is breder dan de Deurninger Beek. Deze Bornse Beek is vroeger gebruikt als vaarweg voor de verscheping van turf. Bijvoorbeeld vanuit Vriezenveen, via Almelo, naar Borne.
Ten zuidoosten van Borne splitste de beek zich in een tak die oostelijk langs Borne liep, de Oude Beek, en een tak die door het dorp liep, de Nieuwe Beek.
Midden in het dorp was ook een haven waar de turfschepen konden aanleggen. Die haven was op de plaats waar nu de parkeerplaats van het Kulturhus is. Vanaf de haven was er een verbinding naar het noorden die weer uitmondde in de Oude Bornse Beek. Om de waterhoogte in het dorp op peil te kunnen houden was er een sluis. Deze sluis lag op de plaats waar nu de Bekenhorst met een viaduct onder de rondweg doorloopt. Dat verklaart ook de naam "de Sluis” voor dit viaduct. Omdat de Nieuwe Beek zo smal was dat schepen er niet konden keren, moesten ze meestal achteruit naar en door de sluis varen. Daarachter, dus aan de kant van de Stroom Esch, was een verbreding waar de scheepjes konden keren, om vooruit weer richting Almelo te kunnen varen.
Meer noordelijk, ongeveer 100 meter voorbij de sluis, lag nog een "Bornse”brug over de beek: de Hattemer Brug. Hier ging de Bieffel over de Bornse beek richting de Kruisselbrink. Deze brug is bij de bouw van de Stroom Esch vernieuwd en is nu de brug waar de Stroom Eschlaan over de beek loopt. De verbinding met de Bieffel is verbroken door de Rondweg. Maar in gedachten kun je dat reconstrueren in het landschap.
Verlegging van de beek
Ook de Bornse Beek is nogal eens van plaats verlegd. Dat kun je mooi zien als je oude waterschapskaarten met elkaar vergelijkt. Vooral de aanleg van de wijk Stroom Esch heeft tot een aantal verleggingen geleid.
Om de beek onder de weg door te leiden, bij de rotonde Bekenhorst, is er een lus in de beek gelegd die er vroeger niet lag.
Bij het aanleggen van de vijver is er juist een lus uit de beek gehaald. Toen daar de vistrap is aangelegd, is bij het baggerwerk het beroemde skelet van "onze Boris van Borne” gevonden.
Nu de Stroom Esch "af” is, zullen er voorlopig wel geen beekverleggingen meer plaatsvinden.
 
Kaarten Waterschap Regge en Dinkel
Op kaarten die de redactie van het Waterschap kon krijgen, staat duidelijk hoe de twee beken vroeger hebben gelopen en nu lopen. Zie: Fotoalbum "Stroom Esch, vroeger en nu": afbeelding 7 en 8
 
Nieuwe Plannen
Toch zijn er nog plannen met "onze beken”. Men wil de beken weer een natuurlijker aanzien geven, niet meer de "waterracebanen” die zo snel mogelijk het water afvoeren.
Daarom zullen hier en daar de oevers worden afgegraven, waardoor de beekdalen breder worden. Als er een keer veel water valt kan de beek dan begrensd buiten zijn oevers treden en tijdelijk meer water bevatten.
Zo is er ook een plan van het Waterschap om in Hertme een uitstroomgebied van de Gammelkerbeek te maken, een zogenaamd retentiegebied, dichtbij de plaats waar de Gammelkerbeek in de Deurningerbeek stroomt. Dit kan voorkomen dat het omliggende land overstroomt en langdurig te nat wordt.
Er zijn ook plannen om de Deurningerbeek ter hoogte van de Greve, bij de Aalderinksweg, te verleggen. De rechte beek zoals die er nu ligt, zou dan een slingerend verloop krijgen. Men hoopt halverwege 2012 te starten met de uitvoering van deze plannen
 
Herkomst gegevens:
  • Kadastrale Atlas Overijssel 1832 Borne en Weerselo Stichting Kadastrale Atlas Overijssel, Zwolle 2005
  • Kaarten van Waterschap Regge en Dinkel, Almelo
  • Beschrijving van de historische geografie en een inventarisatie van de beeldbepalende panden in de gemeente Borne, Het Oversticht, Zwolle, september 1989
  • Gesprekken met oudbewoners: Gé Nijkamp en Gerrit Monnink
Jan Blom

 
 
 

Geschiedenis van de wijkkrant (deel 17)

In het jubileum nummer van de Wijkkrant gaat "Geschiedenis van de Stroom Esch” natuurlijk over de Wijkkrant. Wat is er in al die jaren in de Wijkkrant verschenen en dan niet alles, want dan moeten er in één keer ongeveer 150 kranten verschijnen. Ik heb dus hier en daar wat krenten uit de wijkkrantenpap gevist en hoop zo een aardig verhaal op te dissen.
 
In dit nummer ook een collage van allerlei verschillende voorkanten die in de loop der jaren de Wijkkranten sierden.
 

 
Functionarissen
Ik heb globaal geteld hoeveel mensen in al die jaren tijd hebben gestoken in werk voor de Wijkvereniging. (Voorin de Wijkkrant staan steeds lijstjes met namen, vandaar) Dan kom ik tot zeker 150 verschillende mensen, waarvan sommigen al meer dan 20 jaar voor de Wijkvereniging in touw zijn.
Daaronder zeven bestuursvoorzitters, 6 secretarissen en evenveel penningmeesters.
Ook zijn er hele of halve families die, eventueel met dubbelfuncties, hun beste benen jarenlang hebben voorgezet voor de wijk.
 
Werkgroep Planologie
De werkgroep Planologie was vaak goed voor nieuws in de Wijkkrant:
In 1987 komt het fietspad van de Stroom Esch naar Hengelo (de Maisweg) klaar.
In 1988 rijdt er een grote bus door de wijk, na een verzoek van de Wijkvereniging.
Ook in 1988 gaat het tunneltje naar het centrum (de sluis) open.
In 1991 komt er verlichting langs het fietspad bij de vijver.
In 1996 komt de nieuwe (huidige) brug over de Bornse Beek in de Weerselose Straat gereed.
In 2005 mag eindelijk het zware landbouwverkeer over de rondweg rijden en wordt de kern van de Stroom Esch dus verlost van veel trekkers met aanhang.
In 2000 kwam de oversteekplaats met vluchtheuvel, van de scholen naar de Plus.
 
Wat kwam, ging en soms weer terugkwam
Het gaat in de Wijkkrant bijna voortdurend over: tekort aan vrijwilligers, zoektochten naar nieuwe bestuursleden en, heel wat anders, hondenpoep en vandalisme.
Nieuwe bestuursleden en andere vrijwilligers worden meestal wel weer gevonden, alhoewel zelden genoeg.
Vandalisme- en hondenpoepproblemen lijken onuitroeibaar.
In de begintijd van de wijk was er een busverbinding met Hengelo. In 2001 staat in de Wijkkrant dat deze verbinding is opgeheven vanwege te weinig klandizie. Nu bestaat de mogelijkheid dat over ongeveer twee jaar weer een bus van de Stroom Esch naar Hengelo gaat rijden.
 
Wist u dat…………
  • De Wijkvereniging Stroom Esch begonnen is als Bewonerscomité in (waarschijnlijk) 1985 en vervolgens Wijkvereniging werd in 1988 (officieel bij de notaris)?
  • De wijkkrant (meer dan 1500 exemplaren)vroeger werd geraapt, gevouwen en geniet door vrijwilligers en dar we tegenwoordig de krant, kant en klaar van de drukkerij krijgen?
  • Langs de Oude Weerselosestraat een hele tijd een naambord stond met daarop: Oude Weerlosestraat (en niemand kan zeggen hoe lang het daar gestaan heeft)?
  • In 1989 het derde wijkvolleybaltoernooi voor 82 teams werd georganiseerd?
  • De wijk in 1998 van doen had met wethouder Kotteman en nu weer?
  • In 1983 de eerste huizen werden gebouwd in de Stroom Esch en het laatste huis klaar was in 2000 (niet meegerekend de eeuwige verbouwingen, want dat blijft natuurlijk doorgaan)?
  • In 1995 een heuse burgerwacht werd opgericht in de Stroom Esch, om een inbraakgolf te stuiten?
  • In 2003 rond de festiviteiten van het 15-jarig bestaan bijna een schisma ontstond in de Wijkvereniging?
Jan Blom

 
 
 
Het nut van de beken rond de Stroom Esch (deel 18)
 
Deel 16 van de geschiedenissen over de Stroom Esch ging over de beken rond de Stroom Esch en stond in de voorjaarswijkkrant. In deel 18 wil ik nog een keer terugkomen op die beken rond de Stroom Esch, omdat ik zulke leuke verhalen vond over die watertjes. Hopelijk vinden wijkkrantlezers die verhalen ook leuk.
 
Nut van de beken
De beken in Twente, en dus ook rond de Stroom Esch, hadden een aantal verschillende doelen:
Afvoer van water natuurlijk.
Maar ook vervoer van goederen: ofwel per schip, dan ging het voornamelijk om turf en textiel, ofwel door vlotten van te maken, boomstammen dus.
Het water van de beken kon ook gebruikt worden om vlas in te "roten” en linnen in te wassen en spoelen, maar dat is waarschijnlijk rond de Stroom Esch niet gebeurd.
En men gebruikte het water als energiebron. De beek kon een watermolen aandrijven, die vervolgens gebruikt werd om bijvoorbeeld hout mee te zagen of meel mee te malen. Dat was voor Twente extra belangrijk omdat het hier veel minder waaide dan in het westen van Nederland, met al zijn windmolens.
 
 
Afvoer van water
In deel 16 van de "Geschiedenis” had ik al aangegeven dat het in de Stroom Esch behoorlijk drassig kon zijn en nu ik dit stukje in 2011 zit te typen ook weer is. Ook in augustus 2010, zoals op de foto hiernaast is te zien.
Het was dus belangrijk om het water via afvoerende beken weg te leiden. Maar hier komen twee tegengestelde belangen naar voren: landbouwers willen het land niet drassig hebben, dus een snelle afvoer in natte tijden, en molenbazen wilden juist geen snelle afvoer, maar een hoge waterstand. Dat heeft in het verleden nogal eens tot ruzies en rechtszaken geleid. Of dat rond Borne ook het geval is geweest heb ik niet kunnen vinden in de literatuur die ik gelezen heb.
Wel zijn er rond Havezathe het Weleveld processen geweest tussen de eigenaar die een sluiskolk had voor zijn molen, en schippers die ongehinderd wilden passeren, op weg van Almelo naar Borne en andersom.
 
Vervoer turf en textiel
Een groot gedeelte van het jaar was de stand in de beken zeer laag, soms zelfs tot droog aan toe. Men trachtte op twee manieren bij die lage waterstand zo lang mogelijk door te varen: enerzijds was de diepgang van de schuitjes zeer gering soms maar 15 centimeter; anderzijds werd het water op plaatsen opgehouden door stuwen. Dat konden eenvoudige planken zijn (een "ziel” genaamd) maar ook meer uitgebreide stuwwerken, met een stenen sluisgang waar de planken van de stuw in pasten, eventueel met een sluiskolk.
Als het tussen twee stuwen in het water toch nog te ondiep was, dan kon een schipper zelf een dammetje bouwen in een beek. Was het water daardoor iets gestegen, dan werd de dam doorgestoken en kon het schuitje met de golf meevaren tot hij weer vastliep. Vaak hadden schippers voor dat doel een schep aanboord. Deze manier van varen werd "dammen” genoemd. Nadeel hiervan was wel dat de beken rond de voormalige dammen weer ondieper werden; maar ja, het heden was toen voor veel mensen ook al belangrijker dan de toekomst.
 
Luuks, de lantaarnopsteker
Een aardige anekdote die beschreven staat in "Varen waar geen water is” betrof de stuw of ziel net ten noordoosten van Borne, naast de Stroom Esch. Deze schut, stuw of ziel was gebouwd om de waterstand in de aftakking van de Bornse Beek door Borne voldoende hoog te houden. De stenen bodem en rand van de sluis schijnen onder het dijklichaam van de rondweg te liggen.
Als 's morgens vroeg de schippers uit Borne vertrokken op weg naar Almelo, dan moest eerst Luuks, de lantaarnopsteker van Borne, geroepen worden (Borne had toen, omstreeks 1800, ongeveer tien lantaarns. Wie zegt dat de verlichting in de Stroom Esch nu zo slecht is?).
Luuks had namelijk de sleutel van het hangslot van de ziel. Als er geen slot op de ziel zat, zouden de schippers die te pas en te onpas open zetten, met als gevolg een te lage waterstand in Borne: slecht voor de scheepvaart, maar ook voor de brandweer.
Als de ziel was opgetrokken, doken de schuitjes achter elkaar door de schut heen richting Almelo. Zo moeten er dus rijen scheepjes langs de Stroom Esch zijn gevaren.
 
De scheepjes, "zompen” en "potten” vervoerden vooral turf vanuit bijvoorbeeld Vriezenveen via Almelo naar Borne, over de Bornse Beek. Via de aftakking naar het centrum van Borne, werd daar de turf afgeleverd en verkocht. Na de handel ging men dan een borreltje drinken in café Het Steerntje (later café De Ster, nu het creatief centrum op de hoek van de Marktstraat en de Oude Kerkstraat).
Na 1897 hield de scheepvaart door Borne op te bestaan. Aangezien de fabriek van Spanjaard omstreeks 1850 al vrij groot was (50 weefgetouwen en een paar honderd handwevers) is het zeer goed mogelijk dat er ook textiel van Borne naar Almelo is vervoerd via de Bornse Beek.
 
Vervoer boomstammen
Naast turf en textiel werd er ook hout vervoerd over de Bornse Beek. De boomstammen werden vóór de Hoge Brug in het water gerold. Daar werden ze met een stuk of zes aan elkaar gebonden en dan ging het stroomafwaarts, met één of twee man op de stammen met duwbomen. Naar de Loolee en vervolgens gingen de "stamvlotten” via Almelo naar de Regge, verder naar Enter, voor de klompenmakers daar.
Nadat de stammen in de Bornse Beek lagen moesten ze als eerste onder de Hoge Brug door. Het was nog een hele toer om zo'n vlot om de middensteun van de brug heen te krijgen, vooral bij hoog,snelstromend water.
 
Molens
Al eeuwen geleden werd er gebruik gemaakt van "groene energie” in Twente, uit noodzaak, want stoommachines kwamen pas halverwege de acttiende eeuw op.
Er waren in of naast de Stroom Esch waarschijnlijk geen watermolens. Ik heb geen beschrijving kunnen vinden van een molen bij "de Sluis” naast de Stroom Esch.
Wel heeft men fundamenten gevonden van een molen die ten zuiden van de Marktstraat stond tegenover het straatje naar het Kulturhus.
Ook bij het Weleveld stond een Molen, met een eigen sluis. Hierover is nog heel wat gekrakeel geweest, met schippers die hier natuurlijk langs wilden, dus een doorvaart vroegen. Tenslotte is dat geregeld via het betalen van tolgeld.
Ook bij de Meulenbroeksweg (achter de tennisbaan van Jachtlust) heeft waarschijnlijk een watermolen gestaan, in de Gammelkerbeek. Waarschijnlijk is deze molen al voor 1600 verdwenen.
 
De Roskam
Volgens Hagens heeft er misschien ook een watermolen gestaan bij restaurant De Roskam aan de Oude Postweg in Hertme. Volgens hem heeft er nog jaren een molensteen bij de boerderij in gebruik als slijpsteen. Navraag bij omwonenden leverde daar echter geen informatie over. Men wist wel dat op de plaats waar nu het huis staat met het opschrift "De Roskam”, vroeger een boerderij stond en een herberg. Dit was een halteplaats voor de postkoets van Oldenzaal naar Deventer. Vandaar de naam Oude Postweg. Maar dat gaat dan over het wegvervoer, dat langzamerhand het vervoer over het water overnam.
 
Het einde
Zoals hierboven al beschreven: Na 1870 hield de scheepvaart door Borne op te bestaan.
 

De waterwegen door Borne werden gedempt. Alleen namen herinneren nog aan het waterverleden in en rond de Stroom Esch en Borne: bijv. de Bleek, het Brugstraatje, parkeerplaats de Haven, Pietmanskolkstraat, Potkampstraat, Meulenbroeksweg en viaduct de Sluis.
De scheepvaart bestaat nu nog uit kano's vol met scholieren aan het begin van een nieuw schooljaar.

Herkomst gegevens:

  • Gesprekken met Ge Nijkamp en bewoners van de Oude Postweg rond de Roskam
  • G.J. Schutten: Varen waar geen water is
  • G. Hagens: Molens Mulders Meesters
  • A. Fuldauer: in Borne, Historie en Volksverhalen
  • Wikipedia: lemma Spanjaard
Jan Blom

 

Interview met Gerard Segger (deel 19)

"Wil je verhalen over de oude Stroom Esch horen, dan moet je met Gerard Segger gaan praten. Die heeft heel wat te vertellen. Hij is geboren en getogen aan de Hedeveldsdwarsweg, vanaf 11-11-1927.” Toen was er nog geen idee van huizenbouw in de wijk Stroom Esch.
Hij was net verhuisd naar Hertme, samen met het echtpaar Blenke. Hubert Blenke is de zoon van de zus van Gerard Segger. Lees het nog eens driemaal na, dan wordt het wel duidelijk.
Daarvoor hadden ze gedrieën aan de Hedeveldsdwarsweg gewoond. Dat was eigenlijk te klein, daarom zijn ze naar de Oude Postweg in Hertme verhuisd.
Dat kreeg ik te horen van Jan en Truus ter Keurs. Zoals ik al eerder schreef, van het ene verhaal komt het andere.
 
Geboorte van een zoon
Op 11-11-1927 was er in huize Segger een geboorte te vieren. Vast nog niet met een ooievaar voor de deur, alhoewel, misschien liep er wel net een ooievaar door de wei.
Gerard werd geboren aan de Hedeveldsdwarsweg, in de boerderij van Boomkamp, de opa van Jan Boomkamp van Twenthe Plant. Hier werd onder andere ook zijn zus Dinie geboren.
Gerard nam de boerderij van zijn vader over, maar bleef ongetrouwd. Later kwam de zoon van zijn zus erbij werken op de boerderij "Kraaienbos” aan de Hedeveldsdwarsweg. Ingewikkeld allemaal, maar na 6 keer heen en weer en nog eens navragen bij anderen, kreeg ik het tenslotte helder.
Die boerderij met grond besloeg een oppervlakte van ongeveer 10 hectare,waar koeien en varkens op werden gehouden. Nu veel te klein voor een gezin, toen, tussen 1930 en 1950, kon dat wel.
 
 
"Oude Egberink” of "Kraaienbos”
In het boek dat verscheen ter gelegenheid van 200 jaar Parochie Hertme wordt de boerderij aan de Hedeveldsdwarsweg verschillende malen genoemd.
Volgens de lijst van de tellinge der menschen, in de boerschop Hertme gerigts Borne, uit oktober 1795, woonde Hendriena Snieders, een wever, op Oude Egberink, met 3 mensen.
In die tijd werden kosten die een Marke ergens voor moest maken, omgeslagen (uitgezet) over de bewoners van die Marke. Een Marke was een groep van personen, die van oudsher grond in eigendom hadden. Daarbij gold het principe: "de sterkste schouders dragen de grootste lasten”.
"Huize Kraaienbos”
In de lijst van uitzetting van de Markte of Marke Hertme uit 1801, staat Oude Egberink, bewoond door Oude Egberink, aangeslagen voor 2 gulden. Dat betekent dat het een kleine boerderij was; Misdorp bijvoorbeeld werd aangeslagen voor 22 guldens, de Greve voor 19 guldens en erve Bertelink voor 18 guldens.
Nu zijn boerderij en ligboxstal van Oude Egberink gesloopt. Woonhuis en kapschuur staan er nog.
Wel is de kapschuur van veel jonger datum dan de boerderij annex woonhuis.
 
De herinneringen van Gerard Segger
"Ach, ik weet er allemaal niet zo veel van”, zei hij door de telefoon, toen we een afspraak maakten. Maar eenmaal samen aan de tafel kwamen de verhalen los:
In de herfst was het altijd erg nat rond de Stroom Esch. Dat klonk me niet vreemd in de oren, dat had ik al eerder gehoord. Gerard kon zich herinneren dat Hertme regelmatig blank stond.
Het zag er hier ook heel anders uit. Er waren veel meer wallen en bosjes. Door de ruilverkaveling is het ruimer, minder besloten geworden. De percelen zijn nu ook groter.
Er waren door die beslotenheid ook meer dieren in het veld: hazen. konijnen, fazanten, reeën.
 
Andere gewoonten
Huishoudens waren in zijn jeugd meer zelfvoorzienend. Men had eigen brandhout uit bosjes, verbouwde eigen aardappelen en groenten. In de herfst zag je overal de rookwolken van het verbranden van aardappelloof. Nu zijn we afhankelijk van leveranciers voor eten en warmte.
Men slachtte vaak aan huis voor de winter. In de Roskam in Hertme zat bijvoorbeeld een huisslachter die bij de mensen langs kon gaan.
Naobers (buren) waren belangrijk. Je had de eerste, tweede, enzovoort naober, tot 12 aan toe. Hoe verder weg, hoe hoger het nummer. Naobers konden helpen bij het oogsten van graan en hooi, het rapen van aardappels of als er een kalf geboren moest worden. Maar natuurlijk ook bij ziekte.
Dat ging met gesloten beurzen, men praatte niet over geld. Had je een mooie appeloogst dan ging er wel "een korfje appels naor de naober”. Tegenwoordig zijn de buren druk, overdag naar het werk. Toen was er altijd wel iemand thuis op de boerderij die een handje kon helpen.
Met palmpasen kwamen we uit school "met zo'n stokje met een haantje derop”. Het was een katholieke omgeving. De weiden werden door de pastoor gewijd met wijwater.
 
Tabaksplanters en praotaomd
Veel boeren hadden rond het erf wel een hoekje met tabak. De bladeren werden gedroogd aan de waslijn, of in de oven of boven het fornuis. Met een "machientje” werden de tabaksbladeren vervolgens gesneden.
Op de lange winteravonden was er natuurlijk geen tv. Dan werd er "gekruusjast”, kwam er koffie "met 'n borrel der bie”, en kwam de doos met eigen tabak tevoorschijn: "druk de piep van mien vol”. Ook toen zal al gegolden hebben: "een tevreden roker is geen onruststoker.”
Op deze avonden kwam ook het "naobernies”, met of zonder roddel: "den hev ne koo kocht”, "den hev sien peerd verhaolt” enzovoorts. Zo hoorde men de nieuwtjes. En ik kan me voorstellen dat het met Gerard Segger erbij wel gezellig was.
 
Tweede wereldoorlog
Rond de Stroom Esch was volgens Gerard niet zoveel te merken van de oorlog. Alhoewel, er waren bijvoorbeeld veel onderduikers op de boerderijen. In een eerder verhaal stond al over de onderduik van leden van de familie Meyling, van de Hengelose Bierbrouwerij, op erve de Greve, ook architect Leverink was hier ondergedoken. Maar ook mensen uit de buurt zelf doken hier onder, bijvoorbeeld de broer van Gerard, die niet in Duitsland te werk gesteld wilde worden.
En dan was er nog de "kabelwacht”: er liep een kabel van een stuk afweergeschut vanuit de Stroom Esch naar het dorp. Om te voorkomen dat die gesaboteerd en doorgeknipt zou worden, moesten bewoners "kabelwacht” houden. Een aantal bewoners moesten ieder 100 meter kabel in de gaten houden. Ondanks die wacht (alhoewel ondanks?) is de kabel toch nog een keer doorgeknipt. De broers Egberink hebben daarvoor nog vastgezeten.
Er is niet doelbewust gebombardeerd op de Stroom Esch.
En aan het einde van de oorlog konden de kanonnen via de Rondweg naar Bornerbroek worden gereden.
 
Och nog zoveel

We hadden nog tijden door kunnen praten over het leven op de Stroom Esch voordat de huizen er stonden: over "een potje voetbal in de wei, dat dee'n ze. Over de vervuilde Bornse beek door de ververij van Spanjaard”. Mooie uitspraken, bijvoorbeeld: "Butenaf da köj wol hard praoten, in't doarp da hört de naobers ‘t”.

Nu een groot deel van de gebouwen van het Egberink weg zijn en daarvoor in de plaats een groepje huizen komt in het kader van het project Knooperven, komt er weer nieuwe geschiedenis van de Stroom Esch op gang.
"Huize Kraaienbos”, de kapschuur
 

 
Tot slot: ik bied bij voorbaat mijn excuses aan voor alle fouten die ik tegen de Twentse taal heb gemaakt. Ik spreek nauwelijks Twents, maar vond een aantal uitspraken van Gerard Segger te mooi om ze zomaar weg te laten, dus probeerde ik ze (gebrekkig) weer te geven.
 
Jan Blom

Bronnen:

  • Website gemeente Borne: zoek op knooperven
  • 200 jaar parochie Hertme Boek uitgegeven ter gelegenheid van het 200 jarig bestaan van de parochie Hertme in 1988