De geschiedenis van de Stroom Esch deel 20 - 30

Hier volgen de stukjes die eerder in de wijkkrant hebben gestaan vanaf deel 20.

De delen 1-9 en 10-19 staan op twee aparte subpagina's van de pagina Stroomesch

Wanneer u op onderstaande link klikt komt u bij het betreffende deel:
 
#Erve Egberink, fam. Broekhuis (deel 20)
#Kapsalon Hair Desire (deel 21)
#Erve Stroomboer en de familie ten Brink (deel 22)
#Familie de Winter aan het Zwenkgras (deel 23)
#Erve Jenneboer eerste stuk (deel 24)
#Erve Jenneboer tweede stuk (deel 25)
#Zwenkgras-buren vieren hun 25e buurtweekend (deel 26)
#Erve Kruisselbrink, eerste stuk (deel 27)
#Erve Kruisselbrink, tweede stuk (deel 28)
#Erve Kruisselbrink, derde stuk (deel 29) 
  Het Woonwagenkamp (deel 30) Dit deel opent in een aparte pagina
 

 
Erve Egberink, fam. Broekhuis (deel 20)
De boerderij op Hedeveldsweg 3 staat al vermeld in het Schattingsregister Twente van 1475.
Toen woonde daar ene Egbertinck (of Engbrink, of misschien heette de boerderij Engbrink). Egbertinck was een "kotter”, een (keuter)boer, een boer met een klein eigen bedrijf. Hij hoefde ook maar 1 schild te betalen. Grotere boerderijen, zoals de Greve en het Bartelink betaalden 2 schilden. De schild was een oude Franse gouden munt.
 

Vanaf de vroege middeleeuwen
Zoals in de inleiding stond, werd de boerderij al vermeld in een register uit 1475. In de Heffingenlijst voor het bezit van vee, uit 1602, wordt Lubbert Egbertinck genoemd, die werd aangeslagen voor 4 paarden, 19 varkens en 4 immen (bijenkorven). Inmiddels was het dus geen Kotter meer, maar een grote boer. Kleine boertjes hadden geen paarden en zeker geen 4. De kleine boertjes konden, in ruil voor arbeid voor de grote boer, af en toe een paard lenen voor eigen gebruik.

Eigendom Weleveld
In het Verpandingsregister  (voor grondbelasting), van 1601, staat Egbertinck vermeld met een bedrijf van 3 1/2 mudden groot. Een stuk grond van 1 mud was zo groot dat je het met  1 mud zaad ( 100 l.) kon bezaaien. Daardoor was 3 ½ mudden ongeveer 40 aren groot (40x10x10 m2.  Zo moet  je als geschiedschrijver nog aan het rekenen).

 De grond van Egbertinck was eigendom van het Weleveld. Dit was één van de machtigste havezaten van Twente, gesticht ongeveer 1300, maar waarschijnlijk al eerder bestaand. De havezate lag op de strategische kruising van de handelsweg Deventer – Osnabrück en de Bornse beek. De Bornse beek was toen nog een belangrijke vaarweg, bijvoorbeeld voor vervoer van turf en later textiel.

In de lijst van Tellinge der mensen in de boerschop Hertme, Gerigts Borne, uit 1795, wordt Hindrik Egbrink genoemd, die woont op het Engbrink met 10 personen en die bouwman is (landbouwer). Ook in een betaallijst aan de Marke, uit 1801, wordt nog Engbrink genoemd, die voor 18 gulden en 15 stuivers is aangeslagen. Dat was toen een heel hoog bedrag, een teken dat het een grote boerderij was.

Familie Broekhuis
Met bovenstaande informatie kwam ik bij de familie Broekhuis op Hedeveldsweg 3, om te weten te komen hoe het nu gaat met de "boerderij” daar. Het gesprek, met Bennie en zijn vrouw Jolanda, vond plaats aan de keukentafel. En af en toe kwam één van hun drie dochters, Marlinda en de tweeling Sharon en Leonie, langs.
Bennie Broekhuis is geboren in 1955. Zijn vader is in 1919 geboren. Die had de boerderij weer overgenomen van de grootvader van Bennie, bijgenaamd "de boer”, die ongeveer 1870, vanuit Albergen kwam om te gaan boeren op Hedeveldsweg 3. Bennie kan zich van zijn jeugd nog herinneren dat ze met de familie, vader, moeder, 7 kinderen en ook nog een vrijgezelle oom Jans, een vrijgezelle tante Leida en nog een oom Graats, op de boerderij woonde en leefden. De ooms en tante hielpen ook op de boerderij, waar de familie Broekhuis melkvee hield en grasland en bouwland had, waar hooi, rogge, bieten en knollen voor het vee werden verbouwd.

Jonge geschiedenis
Bennie nam de boerderij in 1983 van zijn vader over en woont daar nu met vrouw en dochters in een monumentaal pand, waarvan het gebint (zeg maar het houtskelet) gedeeltelijk nog stamt uit 1483. Dat staat in Romeinse cijfers in een balk in de keuken.
 
 

Die oude opstallen zijn in de loop der jaren regelmatig verbouwd en dat resulteerde in de monumentale boerderij met bijgebouwen.
Het oudste, originele gebouwtje is het Bakhuis; Bennie kan zich nog herinneren dat daar een oven en een soort verwarmingsketel stonden. Daar kon gebakken worden en kleren, maar ook kinderen, gewassen.
Al in 1973 was een vergunning aangevraagd voor een grotere ligboxstal. Tot dan toe leefde de hele familie in één ruimte met het vee. Bennie kan zich herinneren dat de koeien tijdens het vreten met knolletjes zwaaiden, en dat die knolletjes vervolgens soms op de keukentafel terecht kwamen


Pas in 1983 werd de vergunning toegekend. Dat was hoognodig, want in 1984 kwam de superheffing op melk. Er kwam toen een ligboxstal voor 62 koeien. De rijksoverheid wilde wel een quotum voor 62 koeien geven, maar de gemeente (mevr. Pieterse-de Geus) wilde slechts toestemming geven voor een stal voor 26 dieren. Nee, aan de samenwerking met de gemeente hebben ze geen prettige herinneringen.
 
Komst Stroom Esch
En toen begon in 1983 de bouw van de Stroom Esch. Er lag nu dus een bedrijf dicht bij een nieuwbouwwijk, waardoor uitbreiding moeizaam werd. Bennie wilde wel weg, maar daar moest natuurlijk een vergoeding tegenover staan, en geld was er niet bij de gemeente. Via LTO is toen een planschade van 350 000 gulden berekent. Na aftrek van kosten en belasting bleef daar een extra hectare land en een verbeterde trekker van over. En de lol was er een beetje vanaf. Van een boerderij met mogelijkheden, die over open land uitkeek naar het torentje van Spanjaard en later het (oude) Dijkhuis, werd het een ingeklemd bedrijf van 13 hectare, met uitkijk op een nieuwbouwwijk. Bennie stopte in 2007 met het boerenbedrijf en is daarna op de begraafplaats gaan werken als groenverzorger en grafdelver.
 
Toekomst
In 2011 is de grote ligboxstal afgebroken. Er lagen toen bij de boerderij al perken waarin damherten, nandoes en fazanten liepen. Bennie wil hiermee gaan fokken, als hobby. Het lijkt een beetje op een kinderboerderij, er komen ook al opa’s met hun kleinkinderen kijken. Vanaf de weg is dat natuurlijk prima. "Maar kom a.u.b. niet te dicht bij de hekken”, is het verzoek en houdt honden aangelijnd. Vooral de herten zijn nogal schrikachtig en vliegen dan zo in het prikkeldraad. Tja, honden in het buitengebied en boeren, dat blijft toch een heet hangijzer De boerderij is veranderd van indeling en verbouwd. De oude kapschuur was helemaal vermolmd, daar is een nieuwe kapschuur voor gekomen. Het voorhuis wordt voor langere tijd verhuurd en het achterhuis is verbouwd, nu nog voor kortdurende verhuur, maar in de toekomst misschien voor de dochters. Ze hebben ook een bed & breakfast.
Mooie verhalen bij het afscheid
Bij het afscheid kreeg ik te zien hoe fraai het huis en de appartementen in oude stijl zijn herbouwd. De keuken, het oude gebint nog duidelijk te zien en de wanden met veel oude tegels.
De grote ruimte van vroeger is in kleinere gedeelten verbouwd.
 

Toen kwamen er ook weer herinneringen boven:
"Hoe oom Jans ‘s morgens de vaste loop nam: uit de slaapkamer, tussen de eerste en de tweede koe een plas, daarna een roggestoet uit de keukenkast; bovenop besmeren met boter en beleg en dan voor de buik een dikke snee afsnijden.” Dat is nog wat anders dan gesneden brood uit een plastic zak. "Tante Leida roomde met een sleef (pollepel) de melk nog even af voor die naar de fabriek ging. En dat mocht helemaal niet, want dan werd het vetpercentage minder, en dat bepaalde de vergoeding voor de melk” Als ik langer was gebleven was er vast veel meer gekomen.
Bennie zal in de toekomst, als hij helemaal thuis komt te zitten, zich niet vervelen. Er is zat te doen, met verbouwen en verzorgen van de beesten. Voor hem hoeven verre vakanties ook niet zo nodig. Rond het huis is genoeg te doen en het is nog steeds een mooie plek, "hij vermaakt zich hier wel”.
Jan Blom

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Weleveld
Henk Woolderink, "De hof te Borne 1206-2006" Heemkundevereniging Bussemakershuis Borne 2006
Henk Woolderink, "De boerderijen van Hertme"  in: Hertme, 200 jaar parochie, redactie E.J.Gevers en anderen, 1988

 

Kapsalon Hair Desire (deel 21)

De middenstand van de Stroom Esch bouwt natuurlijk ook mee aan de geschiedenis van deze wijk. Daarom ben ik gaan praten met de onderneemster die volgens mij het grootste aantal ondernemersjaren in de Stroom Esch heeft liggen: Désirée Menkhorst, de eigenaar van Kapsalon Hair Desire in de Dorsmolen.

Het begin
Désirée is geboren in Borne en woont er al haar hele leven. 

 

Ze is begonnen in het kappersvak toen ze vijftien was en heeft de nodige ervaring opgedaan in Enschede en Hengelo. In augustus 1990 begon ze met knippen in de kapsalon in de Stroom Esch, bij Berteke.
Berteke was hier een tweede kapsalon begonnen na een gesprek met een klant, mevrouw Pieterse-de Geus, die toen wethouder was in Borne. Mevrouw Pieterse-de Geus vond dat er ook een kapsalon in de Stroom Esch moest zijn.
De kapsalon kwam op de plaats waar nu Kapsalon Hair Desire ligt. Een beetje rare plaats eigenlijk. Het pand was oorspronkelijk als woonhuis bedoeld en de voorgevel ligt een stukje terug, haast verborgen zou je kunnen zeggen.
Ondernemers Dorsmolen toen
De kapsalon lag toen naast de Meditheek van de apotheken Dana en Stoop. Die hadden een groot pand, want de ruimte waar nu het cafetaria in huist en de ruimte van de dierenartsen hoorden toen bij elkaar. De Plus supermarkt was kleiner. In de ruimte die nu leegstaat, naast de Spar Supermarkt, was toen Cafetaria De Es gevestigd. Dit cafetaria werd indertijd gerund door de familie Kosterink.
Dat is het leuke van praten met iemand die dit vanaf het begin heeft meegemaakt; allerlei "aha-erlebnissen”.
We komen erop terug of Désirée inderdaad de "oudste ondernemer” van de Stroom Esch is en dan niet in "mensenjaren” maar in "zakenjaren”. Snel zijn we er achter dat dit toch echt het geval moet zijn:
De Supermarkt kwam pas na de kapsalon, bovendien hebben daar ook twee verschillende ondernemers elkaar opgevolgd voordat de Spar kwam.
Het cafetaria heeft al zijn tweede eigenaar en is intussen ook verplaatst naar de huidige plek. In de Bloemenkoepel is Josette Wentrup al de derde uitbaatster, in het koepeltje waar Erica ooit als eerste begon.
En het kantorenpark werd pas veel later geopend.
Dus: Désirée maakte als kapster een belangrijk deel van de moderne geschiedenis van de Stroom Esch mee; zij nam in 1994 de kapsalon over van haar toenmalige werkgeefster Berteke.
Het kappersvak
Désirée zit het liefst "met de handen in het haar”. Ze zegt daarover: "Marketing hoort erbij, maar vindt ik minder leuk. Je moet in zo’n zaak een duizendpoot zijn, die van alle markten thuis is".
 
 

Ze staan nu met zijn drieën in de zaak en dat vindt ze een mooi aantal. Het is ooit zes geweest, maar dat was eigenlijk niet wat ze wilde.
Toen was er zoveel te "managen”.
Haar keuze was, terug naar iets dat kleiner is.
Ze heeft het nu prima naar de zin, zo met zijn drietjes.
Het loopt lekker; eigenlijk heeft ze van haar hobby haar vak gemaakt.
Ze heeft helemaal geen behoefte aan een "kappersketen”, met meerdere zaken. "Zoiets groots, dat is niets voor mij”. 

 
En ze heeft sinds 1998 twee kinderen, Amber en Romée, dat is ook een taak erbij. Ja, het gaat prima zo.
Wat ook leuk is: ze hoort nogal het één en ander in de kapsalon. Mensen die geknipt worden hebben tijd voor een praatje. Ze ziet zichzelf niet als psychotherapeut, maar hoort wel van alles. Ze wist bijvoorbeeld al heel lang dat er een Sparwinkel zou komen in de plaats van Plus Wallerbosch. Maar het is wel: oren open, mondje dicht.
 
Trouw aan de wijk
Désiré is trouw aan de wijk. Daar mogen we wel zuinig op zijn. De ondernemers uit de andere panden zijn al één of meerdere malen gewisseld.
Ze wil ook graag meedenken met nieuwe plannen voor het winkelcentrum. "Dat is toch een deel van de leefbaarheid van de wijk.” Ze heeft wel gedachten over hoe het winkelcentrum aantrekkelijker te maken. De zaak "versieren”. Nu is het een wat doods plein.
Er gaat bijvoorbeeld binnenkort iets veranderen aan de voorgevel van haar kapsalon, zodat die wat uitgesprokener wordt. Daarover had ze lange tijd onenigheid met de bouwvereniging, de eigenaar van het pand. De voorgevel van het oorspronkelijke woonhuis wil ze met markiezen opfleuren en opvallender maken. Dat is er nu eindelijk door en dat is ook positief voor de uitstraling van het plein.
En wat komt er in het lege stuk naast de Spar? Ze ziet wel wat in een drogisterij. A.u.b. geen kappersketen erbij. Ze is wat dat betreft niet zo heel zeker van bouwvereniging Woonbeheer. Ze heeft het idee dat het bij Woonbeheer vooral gaat om :"als de boel maar verhuurd is” en dat ze daarbij minder kijken naar de verscheidenheid in het winkelcentrum.
 
Vroeger en nu
Ze ziet veel verschillen tussen 1990 en nu. Ze ziet de bevolking van de wijk letterlijk vergrijzen. Moeders werden oma. Die generatie begint nu uit te sterven.
Toen, begin jaren negentig, had ze veel "weekklanten”. Mensen kwamen voor het weekend nog even langs. Nu willen klanten altijd netjes zijn, toen ging het meer om het weekend en de feestdagen.
En er waren veel meer "permanentjes”. De kinderkopjes werden bruidskapsels.
Er zijn constant veranderingen in de kappersbranche. Daarom gaat ze ook vaak "naar cursus” en is de zaak ’s maandags gesloten. Het gaat daarbij zowel om het kappersambt als om de marketingkant.
 
Toekomst
Désirée ziet zichzelf nog wel een tijdje knippen. Ze wil dan wel graag ontwikkelingen die het winkelcentrum aantrekkelijker maken. Wat haar betreft kan daar prima een drogist bij, zoals al eerder vermeld. Ook versiering van het plein hoort daarbij. Partner Herald, die er de hele tijd bij zat, oppert: "de opening van een "beauty-wellness centrum” in het lege stuk naast de Spar. Een mooi samenwerkingsproject met Audrey Koops, van Audrey huidverzorging, hahaha”!

Maar alle gekheid op een stokje: "We zouden eens met alle ondernemers van de Dorsmolen om de tafel moeten, om te brainstormen over hoe we van het winkelcentrum een meer bruisend geheel kunnen maken. Dat lijkt me niet alleen nuttig voor de ondernemers, maar ook voor de wijk.
Wie weet hoe mooi het allemaal gaat worden. We zullen het zien.
 
Jan Blom

 
Erve Stroomboer en de familie ten Brink (deel 22)
Reed je vroeger via de Hoge Brug, of via de Hettemer Brug, vanuit de kern van Borne, richting Hertme, dan ging je het boerenland in. Waar nu zo’n 1500 huizen staan, stonden vóór 1980 nog geen, of nauwelijks, "burgerhuizen”.
 
(Ik zou trouwens graag in contact komen met mensen die toen in zo’n "burgerhuis” woonden; mijn contactadres staat vóór in de Wijkkrant). 
 
 
Wil ik iets te weten komen over de geschiedenis van de Stroom Esch, dan moet ik duiken in de geschiedenis van de boerderijen die hier staan of stonden. Voor "de geschiedenis van het Erve Stroomboer” heb ik gepraat met het echtpaar Gerda en Johan ten Brink, die als laatsten op die boerderij hebben gewoond.
De vroege geschiedenis: 1475-1795
Als eerste dook in "mijn standaardwerken”, onder dit artikel vermeld:
  • In het schattingsregister van Twente uit 1475 wordt Erve Strodink vermeld.
  • In het archief  van het Sticht Essen, of Stift Essen op zijn Duits, komt de Lansinkhof voor, dat in 1556 aan het Weleveld wordt beleend. Uit dat archief blijkt dat Lansinkhof en  Erve Strodink hetzelfde zijn. Erve Strodink of Stroomboer, was dus vóór 1556 in Duitse handen.
  • Rond 1662 komt Erve Lansinkhof, of Stroeding, definitief in Nederlandse handen.
  • Een groot deel van het Erve is dan versplinterd omdat veel stukken zijn verkocht aan Bornenaren. Dat is ook te zien in de legenda bij de kadastrale kaart van Overijssel 1832.
  • Het hoferf is echter nog intact.
  • Het "Schattingsregister van Twente” van 1475 vermeldt Stroeding als een niet betalende Kotter  (keuterboer), Erve Stroonboer moet toen dus een klein boerderijtje zijn geweest.
  • In de "Verpondingsregisters van Twente” van 1601/02 staat het Lansink, als eigendom van het Weleveld. Hier staat ook dat Lammert Stroen, waarschijnlijk de pachter, 4 paarden en 3 varkens heeft. De 4 paarden betekenen dat Lammert voor die tijd een grote boerderij bestuurde.
  • Tot slot de volkstelling in 1795, hieruit blijkt dat op het Erve Stroonboer ene Geziena Stroonboer woont, een bouwman (boer). Hij woont er met 7 personen.
    Of is Geziena een vrouwennaam? Dat zou leuk zijn, want dan hebben vrouwen vaak een hoofdrol gespeeld op Erve Stroomboer.
Jongere geschiedenis: vanaf eind 1800
We naderen nu in de geschiedenis het einde van de 19de eeuw. Het gaat goed in Twente met textiel en machinefabrieken. Erve Stroonboer is in handen van de familie Dikkers.
In een dip, (ook toen al crises), moet Dikkers een stuk grond verkopen om een lening terug te  kunnen betalen. Erve Stroonboer is toen, via een veiling, gekocht door Hendrikus ten Brink.
Hendrikus was vrijgezel gebleven nadat zijn aanstaande bruid aan tbc was overleden.
Hij had een melkfabriekje in Zenderen, dat goed liep, waardoor hij het geld had om Erve Stroonboer te kopen. Hier ging hij wonen met een aantal familieleden.
Dit moet omstreeks 1920 zijn geweest.
 
Stroomboer of Stroonboer
Onze wijk heet StrooM Esch, de straat Erve StrooMboer. Maar Henk Woolderink heeft een aantal jaren geleden uitgezocht dat de M een vergissing is. Erve Stroonboer is afgeleid van Stroeding , Stroen en Stroonboer. Dus met N en niet met M. Zo gaat het wel vaker, heel wat families hebben een naamsverandering ondergaan door een verschrijving van een ambtenaar of schrijver van doopberichten
 
Na 1920
 

Eén van de familieleden waarmee Hendrikus op Erve Stroomboer ging boeren, was de opa van de laatste bewoner, Johan ten Brink.
Van deze opa staat een mooi verhaal in Boorn & Boerschop jaargang 21 no. 3, pag 22/23.

Het beschrijft herinneringen van Johan Kwast aan de jaren dat hij samen met Johan ten Brink speelde en naar de lagere school ging in Zenderen.

Opa was volgens Johan Kwast niet zo’n beste boer. De zaken op de boerderij werden vooral geregeld door de oma van Johan ten Brink en het ongetrouwde spiejeumke, ofwel oom Hendrikus. Het is verder een fraai verhaal, in dialect, waar ik later op terugkom.
 
Johan ten Brink als kind op Erve Stroomboer
De laatste bewoner van Erve Stroomboer, Johan ten Brink, wordt hier geboren in 1931. Hij groeit er op en speelt met o.a. Johan Kwast. Het ging goed op de boerderij. Dat blijkt ook uit het verhaal van Johan Kwast: ze hadden bij ten Brink als één van de eerste boeren een auto. En Johan kan zich herinneren dat ze een mooie step hadden met luchtbanden ("ne autoped op luchtbeane, nich zo”n hoolten rotjeding”). En er staan wel meer fraaie herinneringen:
de vele nattigheid:”As’t good reagend har, was ’t doar enen dreksoppen. ’t Water wol d’r nich good vot”, een bekend verhaal over de Stroom Esch.
Ook Johan zelf kan zich wel herinneren hoe nat het was. Van midden oktober tot ver in de lente moest men rekening houden met wateroverlast. Regelmatig moest hij dan op de fiets door het water naar school in Zenderen.
Als het water van de Bornse beek zich terugtrok bleef er een laagje klei achter. Dat water was geregeld sterk vervuild door lozing van fabrieken in Hengelo en Borne. Het water zag soms blauw van de viezigheid. De melk werd dan ook afgekeurd, apart opgehaald en vernietigd.
 
Van Hengelo naar Borne
Johan gaat met zijn vrouw, Gerda Kraaijenveld, naar de boerderij van zijn schoonouders in de Woolderes in Hengelo. Hij blijft daar nog 18 jaar. Om wat extra om handen te hebben gaat hij "in de landbouwmachines”.
Als de ouders van Johan vertrekken van Erve Stroomboer, verhuizen Gerda en hij van Hengelo naar Borne. Hier gaat Johan door als zelfstandige in landbouwmachines , in een schuur van Erve Stroomboer, aan de Hedeveldsweg.  Na het overlijden van zijn ouders erft Johan Erve Stroomboer. Hij blijft dan de verkoop en reparatie van landbouwmachines doen,  terwijl Gerda "de boerderij doet”.
In 1973 moet de schoonouders Kraaijenveld verhuizen in verband met de bebouwing van de Woolderes. Daardoor komt het hele gezelschap nu bij elkaar op Erve Stroomboer te wonen.
Om woonruimte te hebben voor zowel henzelf met hun twee dochters, als voor de schoonouders Kraaijenveld, wordt het woongedeelte in die tijd in tweeën gesplitst, zodat beide families los van elkaar kunnen wonen.
De schoonouders overlijden daar in 1994 (vader) en 1997 (moeder).

De wijk Stroom Esch
De opbouw begon in 1983 bij het Baardgras naderde in zo’n 15 jaar steeds dichter tot Erve Stroomboer.
Erve Stroomboer lag toen aan de Hedeveldsweg, de Stroomeschlaan bestond nog niet. In die tijd kwam de Bieffel, vanuit Borne, over de Hertemer brug en ging van daaraf naar het noorden, richting Hertme. Daardoor kwam de Hedeveldsweg, toen nog een zandweg, uit op de Bieffel. Zelfs in 1994 lag er nog geen asfalt, zoals duidelijk te zien is op de foto’s. 

 

De Rondweg werd vlak voor de tweede wereldoorlog aangelegd en doorsneed de Bieffel en ook het land van Erve Stroomboer. Maar pas na de oorlog werd de Rondweg aangesloten op de weg naar Almelo.
 
Kontakten met gemeente en bewoners
Aan de onderhandelingen met de gemeente rond de verkoop van grond voor de wijk Stroom Esch, hebben de ten Brinks geen leuke herinneringen. Ze hadden duidelijk de indruk dat ze door de benadering van verschillende ambtenaren in de hoek werden gedrukt. Wat de één zei werd door een ander weer ontkent; heel vervelend, om het zacht uit te drukken.
Met de bewoners van de oprukkende wijk ging het eigenlijk best goed, vooral in het begin. Johan kan zich nog herinneren dat er tijdens het wereldkampioenschap voetballen op de deel een televisie stond, zodat ze met omwonenden gezamenlijk konden kijken. Doordat ze veel plaats hadden kon Erve Stroomboer functioneren als een soort clubhuis.
Helaas werden de kontakten minder toen er meer huizen in de buurt kwamen dan de eerste twintig. Toen kwamen er vernielingen, kennelijk was het niet meer iets gezamenlijks.
Mede daardoor hebben ze in november 1999 besloten om te vertrekken naar Borne zuid.
Hierna zou Erve Stroomboer eerst gekocht worden door Steinmeier die er bedrijfs- en woonruimte op wilde bouwen, maar dat ging niet door na protest uit de buurt.
Erve Stroomboer werd uiteindelijk aan een overbuurman verkocht, die de oude gebouwen platgooide en er een nieuw pand neerzette. Overigens niet zonder problemen, maar dat is voor de geschiedenis niet zo belangrijk.
 
Jan Blom
 
PS: Er zijn al meer geschiedenissen van boerderijen verschenen in de Wijkkrant en op deze website.
 
Bronnen:
Internet: Google en Wikipedia
Henk Woolderink: De hof te Borne 1206-2006/ Heemkundevereniging Bussemakershuis Borne 2006 blz. 24 t/m 26 en 36
De boerderijen van Hertme    H.Woolderink  in: Hertme, 200 jaar parochie, redactie E.J.Gevers en anderen, 1988 blz. 9 t/m 16
Boorn & Boerschop jaargang 21 / 2011 / nummer 3 blz. 22/23
Kadastrale Atlas Overijssel 1832/ Borne en Weerselo

 
Familie de Winter aan het Zwenkgras (deel 23)
Is 26 jaar wonen in de Stroom Esch voldoende om tot de geschiedenis te behoren?
In ieder geval heb je dan al heel wat zien gebeuren in de Stroom Esch. Het is geen eeuwen, zoals sommige boerderijen rond de Stroom Esch, maar "de wijk Stroom Esch” bestaat ook nog geen eeuwen, dus ………  op naar Hans en Rikie de Winter in het Zwenkgras (of is het "aan het Zwenkgras”).
 
Van ….. naar ……..
Hij kwam uit Voorhout, zij uit de Lutte, een "gemengd huwelijk” dus.
"Signaal” had hem hierheen gelokt, en ze hadden een huis gevonden in Old Ruitenborgh, helaas bleek daar gif in de grond te zitten en dus moesten de bewoners daar weg.
De Hasseler Es vonden ze niet aantrekkelijk, bovendien zochten ze eigenlijk een "oud” huis, dus niet in een nieuwbouwwijk.
Uiteindelijk zijn ze in 1985 toch "gevallen” voor de Stroom Esch.
 
Niet de eerste bewoners
Toen ze naar de Stroom Esch kwamen was men net begonnen met "plan B”. De eerste huizen aan het Baardgras, de huurhuizen aan het begin van het Blauwgras en het eerste stuk van de Weerselosestraat stonden er al. Ook de huurhuizen aan het Buntgras zag de familie de Winter al staan tijdens  hun verhuizing.
Maar meer naar het noordoosten, de grotere huizen aan het Blauwgras, Struisgras en Vedergras kwamen later.
Bij de verhuizing lagen wegen en fietspaden nog anders dan nu. Ze konden ze met de auto over de Oude Weerselosestraat en ook het Fioringras was nog bestraat. De achteruitgang van hun tuin was aan het Fioringras en Hans kan zich nog herinneren dat hij daar een keer met de auto kwam vast te zitten naast de weg.
 
De eerste tijd
Hun eerste ervaringen waren prettiger dan die van de eerste bewoners van het Baardgras; die hadden namelijk hun eerste winter in de "blubber” doorgebracht.
Vrij snel nadat ze verhuist waren, werd de definitieve bestrating gelegd. Ook de Oude Weerseloseweg en het Fioringras werden vrij snel daarna "omgetoverd” in fietspaden. Dat kwam mooi uit voor hun zoon die toen net de basisschoolleeftijd naderde. Hij kon mooi via fietspaden naar ‘t Iemnschelf lopen, hoefde geen drukke wegen over te steken.
 

Na hun verhuizing bleken er meer mensen vanuit Old Ruitenborgh te zijn gekomen. Niet dat die nu direct een vriendenkring vormden, maar het was toch aardig om te zien dat meer mensen deze vluchtroute hadden gekozen.
En er kwamen ook een werknemers van Signaal in de Stroom Esch wonen; een aantal daarvan werden goede kennissen.
Naaste bewoners van het Zwenkgras waren in die begintijd natuurlijk goede kennissen. Het was een groep van ongeveer gelijke leeftijd en met de overeenkomstige problemen die nieuwe bewoners nu eenmaal hebben. Een aantal daarvan woont er nog steeds en daar hebben ze best nog veel contact mee.

Maar er zijn ook huizen waar intussen al een vierde bewoner in zit.
Zouden daar spoken huizen? Misschien een aardig onderzoekje: waarom blijven in sommige huizen langdurig dezelfde bewoners aanwezig, terwijl in gelijksoortige huizen vaak een nieuwe bewoner komt.
 
Prettig om te wonen
Ook al was de Stroom Esch in eerste instantie niet hun keus, hun ervaring is dat het een prettige wijk is om in te wonen.
In de beginfase een rustige wijk met de scholen dichtbij en veel speelgelegenheid voor kinderen. Voor de volwassenen was er veel onderling contact, buren kenden elkaar. En via de Wijkvereniging waren er nogal wat activiteiten, bijvoorbeeld het wijkvolleybaltoernooi, waaraan ze met de buurt altijd enthousiast meededen.

De familie de Winter had ook een grote carport, dus met voetbaltoernooien kon mooi de hele buurt naar de wedstrijd komen kijken, ook al waren de tv-schermen toen vast nog niet zo groot als tegenwoordig. Maar waren toen al wel beamers en zo kreeg men toch een groot beeld.

Veranderingen?
Ja veranderingen, er komen meer nieuwe mensen die ze niet kennen. Vroeger, nou ja zo’n twintig jaar terug, wist je precies wie er nieuw was in de straat.

 

Nu zijn de contacten toch vaak vluchtiger. Volwassenen uit een hedendaags gezin hebben nogal eens beiden een baan, dus huizen zijn overdag verlaten en ’s avonds is men vaak te moe voor onderlinge contacten. Misschien jammer, maar het is niet anders.
Toch zijn er gelukkig nog steeds aardige onderlinge contacten. "We overlopen elkaar niet, maar in vakanties zijn er "sleuteldiensten”, zodat de planten verzorgd kunnen worden. En bij jubilea wordt ook vaak gezamenlijk iets georganiseerd.”
Dus nog steeds een prettige straat in een prettige wijk; waar wel sociale controle is, maar zonder dat het benauwend wordt.
Jan Blom

 
Erve Jenneboer eerste stuk (deel 24)
 
 

De straatnamen in de Stroom Esch gaan terug op zaken uit het boerenverleden van dit gebied:
gewassen, boerderijen, arbeid op de boerderij. Dus de straatnamen geven onze geschiedenis.
Zo besprak ik in deel 22 (Wijkkrant 2012-3) de Geschiedenis van Erve Stroomboer.
Dicht in de buurt van Erve Stroomboer lagen en liggen de gebouwen van Erve Jenneboer, de boerderij die haar naam gaf aan de straat Erve Jenneboer.

Vroege geschiedenis
Als je "googlet” naar Erve Jenneboer kom je ondermeer in het proefschrift van Roy van Beek, over onderzoek naar bewoning en landschap in Oost Nederland. Daarin schrijft hij dat op de locatie van Erve Jenneboer sporen zijn gevonden van een boerderij met twee ruimten (tweeschepig). De sporen zouden stammen uit de tiende of elfde eeuw. Dat lijkt het eerste spoor van Erve Jenneboer, alhoewel er natuurlijk al eerder bebouwing kan zijn geweest.
Het volgende spoor kunnen we vinden bij Henk Woolderink in Hof te Borne. Volgens hem is Erve Jenneboer de lieftucht van Erve Lansink; Erve Lansink, later bekend als Stroodink, Stroeding of Stroonboer.
Men bouwde geregeld voor de zoon alvast een boerderijtje dicht bij het hoofderf; in het Twents: de lieftucht. Daar kon de zoon wonen tot zijn vader gestorven was. Als de zoon de boerderij eerder van zijn vader overnam kon de oude boer met zijn vrouw nog enige tijd in de lieftucht wonen.
Als in 1648 de vrede van Münster wordt getekend, begint een economische bloeiperiode voor Borne. Er was geld, er kon land worden gekocht.
In 1650 is Erve Lansink, later bekend als Stroodink, Stroeding en Stroonboer, nog als belening van het Stift Essen, in Duitsland, aan Herman van Weleveld. In datzelfde jaar 1650 wordt Erve Stroonboer verkocht aan Herman Sloet, landrentmeester van Twente.
In 1653 wordt het hoofderf van Erve Lansinkhof/Stroedink/Stroonesch als één perceel verkocht. Zo ook oudedagsvoorziening Oude Stroonhuis. En Oude Stroonhuis is volgens de literatuur hetzelfde als Erve Jenneboer.
Bloeiperiode na de vrede van Münster
In de bloeiperiode na de vrede van Münster komt o.a. de familie Bussemaker naar Borne en wordt daar een bekende fabrikeur van textiel. De naam Bussemaker zullen we later in het verhaal weer tegenkomen, als eigenaar van gronden rond Erve Jenneboer.
In oktober 1795 komt er een volkstelling naar de reprezentanten van het volk van Overijssel. Daaruit komt De lijst tellinge der menschen in de boerschop Hertme, gerichts Borne,waarin o.a. staat: Erve Jenneboer: Gerardus Jenneboer – bouwman – 2 personen.
Mij is niet duidelijk of Erve Jenneboer naar de bewoners is genoemd, of dat de bewoners de naam van hun Erve kregen, zoals vroeger vaak gebeurde.
 
Kadaster 1832
In de kadastrale atlas van Overijssel van 1832 (kaart 6), staat Jenneboer als een aparte boerderij aangegeven en de kavels eromheen zijn in handen van Teunis Bussemaker, fabrikeur te Borne. De boerderij en omliggende gronden werden toen kennelijk van Bussemaker gepacht. Wie er in die tijd op de boerderij woonde is mij niet duidelijk.
In het boek Melbuuln van Nazareth van Leo Leurink wordt de bijnaam ‘t Nappertje genoemd voor de familie Jenneboer. De bijnaam zouden ze hebben van de keuterboerderij ’t Nappert  uit Zenderen. Helaas staat er geen jaartal bij en ook is niet duidelijk of deze familie op Erve Jenneboer woonde.
Eind negentiende/begin twintigste eeuw
Als je in de leggers van het kadaster gaat zoeken blijken de percelen van Teunis Bussemaker na zijn dood te zijn overgegaan in handen van (waarschijnlijk) zijn dochter Aaltje. Dat geldt dus ook voor Erve Jenneboer.
In 1850 is de grond in bezit van Daniël Middesburgh, die getrouwd is met Jacoba Bussemaker. Zoeken we verder dan zien we dat de grond in 1875 is verkocht aan Hendrik Johannes Meyling. Deze was waarschijnlijk familie van de Meyling die later grond bezat bij ’t Bartelink en de Greve (zie eerdere Geschiedenissen op de website:deel 8 en 14)
In 1924 wordt de weduwe Altena eigenaar. Daar komen we bij het verhaal van Johan ten Brink.
Volgens Johan ten Brink, oud bewoner van Erve Stroomboer, werd Erve Jenneboer eind negentiende eeuw bewoond door de familie Altena, afkomstig uit Zenderen.
Was dat misschien ’t Nappertje waar Leo Leurink het over heeft in Melbuuln van Nazareth?
Een dochter van deze Altena trouwt met een Hobbelt. Deze Hobbelt overlijdt tijdens de Spaanse griepepidemie van 1918/1919. De weduwe die achterblijft is waarschijnlijk de weduwe die in 1924 eigenaresse wordt.
Op de boerderij blijft de weduwe Hobbelt-Altena achter met drie kinderen:  Hendrik Jan en zijn broer Hendrik en zijn zus Mina. Volgens Johan ten Brink was de weduwe een flinke vrouw, die precies wist wat ze wilde en de boerderij alleen voortzette.
Omstreeks 1930 neemt zoon Hendrik Jan de boerderij over van zijn moeder.
 

Boerderijbranden rond 1936
Rond 1936 gingen er heel wat boerderijen in deze streek in de brand: "Hobbelt” (Jenneboer), "Zegger” (Potkamp, bij de brug over de Bornse Beek), "Misdorp”. "Voogsgeert”, alles brandde, volgens Johan ten Brinke. Hij kan zich nog herinneren dat Jans Zegger stond te maaien en dat iemand riep: "Jaans de boel brandt”. Hij keek om, zag dat het goed brandde en maaide verder. Ook toen al gold vaak: " in de brand, uit de brand!”. Ze waren kennelijk goed verzekerd. 

 

In 1937 brandden ook de gebouwen van Erve Jenneboer af. Johan ten Brink kan zich herinneren dat een schuurtje nog niet zo goed brandde, tot de brandweer de pannen eraf sloeg. Toen sloegen de vlammen er wel uit. Dit was de vrijwillige brandweer van Borne, met onder andere Braakhuis, de opa van Herman Braakhuis, die nu Braakhuis/Hubo runt.
 
Gebouwen Erve Jenneboer na de brand
In 1937 laat weduwe Altena een nieuwe boerderij bouwen, want boven de blauwdruk voor de nieuwe boerderij staat "juffrouw Altena”.
De behuizing die nu staat op Hedeveldsweg 4 is dus niet de oude boerderij, want dat was een bescheiden boerderijtje, volgens Johan ten Brink.
Bij de nieuwe boerderij stond ook een melkschuurtje. De melk van de , volgens Bennie Broekhuis zwartbonte, koeien van Hobbelt werd namelijk uitgevent in Borne. Soms hadden ze zelf te weinig melk en moesten ze bijkopen bij buren, bijvoorbeeld ten Brink.
Melkventen deed Hendrik, de broer van Hendrik Jan. Hij gebruikte hiervoor één van de twee paarden die ze hadden, Willie, een paard met een eigen willetje, volgens Johan ten Brink. Willie wilde de stal niet uit omdat hij gepest werd door de jongens in het dorp. Hendrik moest hem dan met een riek in de kont prikken om hem naar buiten te krijgen.
Johan ten Brink kon zich ook herinneren dat in het melkschuurtje een centrifuge stond die met de hand gedraaid moest worden; daar had hij zelf bij geholpen. Zo konden ze de room van de melk scheiden.
Er stond ook een elektrische installatie om de melk te pasteuriseren, zodat die langer houdbaar bleef. Een grote vooruitgang in die tijd.
 
Wordt vervolgd in nummer 2 van de Wijkkrant die medio 2013 uitkomt
Jan Blom

 
Erve Jenneboer tweede stuk (deel 25)
 
Dit is het vervolg op het stuk over Erve Jenneboer in Wijkkrant nummer 1 – maart 2013.
In het eerste deel kwam aan de orde hoe gegevens over Erve Jenneboer ofwel Oude Stroonhuis  in de literatuur zijn terug te vinden, vanaf de tiende of elfde eeuw. Ook worden de verschillende eigenaren genoemd vanaf 1650 tot aan 1924 als de weduwe Altena eigenaar wordt. Deze weduwe heeft een dochter die trouwt met een Hobbelt, de vader van de hieronder genoemde Hendrik Jan.
De familie Hobbelt
Hendrik Jan Hobbelt was een drukbezet man: hij was voorzitter van de vereniging van landbouwwerktuigen, zat in het bestuur van de fokvereniging, in het bestuur van de landbouwbank. Hij kon zijn woordje wel doen en wist dat ook wel. Was dat misschien een reden dat hij minder goed overweg kon met zijn kinderen.
Hendrik Jan en zijn vrouw kregen op Erve Jenneboer vier kinderen: drie zoons en één dochter. De kinderen konden het echter niet allemaal even goed vinden met hun ouders.
Oudste zoon Hennie ging, voor of na een ruzie met zijn ouders, studeren en in Arnhem werken.
Een andere zoon, Jan, vertrok naar een boerderij in Enschede.
De dochter, Truus, kwam tijdens haar Mulo(?)tijd vaak huiswerk maken bij ten Brink. Vader en moeder Hobbelt vonden dat niet goed. Maar de moeder van Johan ten Brink zat in het "complot” en hield Truus de hand boven het hoofd.
Later vertrok Truus naar Nieuw Zeeland. (Een zoon van haar, die banketbakker wilde worden heeft, vanuit Nieuw Zeeland komende, nog stage gelopen bij bakkerij Koehorst.)
De onderlinge verwijdering was zeer tot verdriet van de ouders.
Hendrik Jan deed de boerderij met de jongste zoon Gerrit, Gait.
De familie Hobbelt had als bijnaam, of scheldnaam zoals Bennie Broekhuis zei, ´n Bos. Gait kwam vaak, haast elke ochtend koffie drinken bij ten Brink. Eén van de dochters van ten Brink vertelde aan studievrienden in Amsterdam dat bij hen thuis vaak ´n Bos Gait koffie kwam drinken. Nou, daar hadden ze nog nooit van gehoord, een geit die koffie dronk.
Stroom Esch en Erve Jenneboer.
Ongeveer  1978 kreeg de oude Hobbelt (Hendrik Jan) een goed bod op zijn gebouwen en grond. Andere bewoners in de buurt, bijvoorbeeld Knuif, ten Brink en Misdorp, wilden daar toen nog niet op ingaan. Daar is nog wel wat heisa over geweest met de gemeente Borne en de projectontwikkelaar die gronden wilde opkopen.
Hendrik Jan Hobbelt is toen met zijn zoon Gerrit naar een nieuwbouwwoning aan de Stroom Eschlaan verhuisd. Daar is Hendrik Jan overleden, waarschijnlijk rond 1993. Gerrit is als vrijgezel later in Nijverdal overleden.
 
 

Het vervolg: families Lindeboom en Droste-Ooievaar
Gerrit Lindeboom had rond 1990 genoeg van zijn huis dichtbij de Europastraat. Hij wilde ruimer en rustiger gaan wonen en naar zijn boerenwortels terug. Bovendien was hij bijna gepensioneerd.
Het leek hem aantrekkelijk om naar Erve Jenneboer te gaan. Hoewel velen hem voor gek verklaarden, ging hij toch aan de gang om de boerderij om te vormen tot een woonhuis. Nadat het grote voorhuis aan de beurt was geweest kwamen de heer en mevrouw Lindeboom voor de keuze: vóór blijven wonen, of deel en stallen ombouwen tot woonhuis, het voorhuis verhuren en vervolgens zelf achter gaan wonen. 

Uiteindelijk hebben ze tot dat laatste besloten.
Eerst hebben enkele huurders voor kortere perioden in het voorhuis gezeten.
Dertien jaar geleden heeft de familie Droste- Ooievaar, met twee kinderen, het voorhuis gekocht, nadat ze er enkele jaren als huurders hadden gewoond.
Zo komen we in het heden van Erve Jenneboer: twee gezinnen die zeer tot hun tevredenheid wonen op een prachtig plekje in de Stroom Esch, tussen de straten Erve Stroomboer en Erve Jenneboer in.
 
Naschrift
Na het verschijnen van deel 1 over Erve Jenneboer kreeg ik een reactie uit de wijk, van Herman Braakhuis. Hij vertelde mij dat de brandweerman niet de vader was van Herman "Doeland/Hubo” Braakhuis, maar zijn vader.
Hij vertelde daarbij een aardig verhaal:
Zijn eigen vader, Herman Braakhuis (1883-1952), en zijn oom Johannes Braakhuis (1870-?) hadden samen een bouwonderneming aan de Grotestraat.
Vader Herman was ook bij de vrijwillige brandweer van Borne. Oom Jan (Johannes) was de opa van Herman "Doeland/Hubo” Braakhuis en niet bij de brandweer.
Het ouderlijk huis van wijkgenoot Herman Braakhuis (Grotestraat 216) vertoont grote gelijkenis met het voorhuis van Erve Jenneboer.
Toen ik vervolgens ging neuzen in het archief van de gemeente Borne kwam de bouwaanvraag van weduwe Altena tevoorschijn. Die bleek goedgekeurd in 1935. En als bouwer stond vermeld: G.J.Braakhuis. En dat is de vader van de broers/bouwondernemers Herman en Jan Braakhuis, die hierboven genoemd staan. Hij was toen waarschijnlijk nog de eigenaar van de zaak.
Maar, als de bouwaanvraag in 1935 is goedgekeurd, dan zullen de gebouwen van Erve Jenneboer toch niet in 1937 zijn afgebrand, zoals ik in deel 1 schreef, of ze moeten toen helderziende zijn geweest.
Ik heb ook nog van de huidige bewoner, Herman Droste, gehoord dat in de balk boven de voordeur met potlood staat gekrast: november 1935 en dat klopt dan met de datum van de bouwaanvraag.
Nu weet ik dus nog steeds niet wanneer Erve Jenneboer is afgebrand.
 
Navraag bij Johan ten Brink leverde nog wel op dat hij zich herinnerde dat de brand plaats had toen de rogge rijp was, "want dat leverde gevaar op dat het hele roggeveld in de brand zou vliegen”. Dat zou betekenen dat de boerderij zo ongeveer juli/augustus 1935 is afgebrand.
Johan ten Brink vertelde mij ook nog dat de boerderij van Misdorp niet in dat rijtje van boerderijbranden thuishoort, maar pas na de tweede wereldoorlog is afgebrand.
 
Zo hoor je nog eens wat. Leuk zulke reacties
 

Met dank aan de families: Broekhuis, ten Brinke, Droste-Ooievaar en Lindeboom en wijkgenoot Herman Braakhuis, voor hun informatieve gesprekken met mooie anekdotes.
 
Andere Bronnen:
  • Archief Borne o.a. kadastrale gegevens (met hulp van Anja Tanke)
  • Via Google: proefschrift Roy van Beek: Reliëf in tijd en ruimte; interdisciplinair onderzoek
    naar bewoning en landschap van Oost Nederland tussen vroege prehistorie en middeleeuwen; WUR 2009
  • Internet: Google en Wikipedia, zoektermen: boerderijen/erve jenneboer
  • Henk Woolderink: De hof te Borne 1206-2006/ Heemkundevereniging Bussemakershuis Borne 2006 blz. 24 t/m 26 en 36
  • De boerderijen van Hertme, H.Woolderink  in: Hertme, 200 jaar parochie, redactie E.J.Gevers en anderen, 1988 blz. 9 t/m 16
  • Kadastrale Atlas Overijssel 1832/ Borne en Weerselo
  • Leo Leurink: Melbuuln van Nazareth
  • Archeologisch bureau en booronderzoek Hedeveldsweg/Hedeveldsdwarsweg te Hertme, gemeente Borne (Ov);  MUG-ingenieursbureau 2011, voor de gemeente Borne
Jan Blom

 
Zwenkgras-buren vieren hun 25e buurtweekend
 
Via de website van de Wijkvereniging kreeg ik het volgende berichtje op mijn computer:
De bewoners van het Zwenkgras in de Stroom Esch waren afgelopen weekend voor de 25ste keer sinds 1989 bijeen voor hun jaarlijkse buurtweekend, dat dit jaar plaatsvond op minicamping Veenemaat in Winterswijk-De Kotten. Drie stellen die inmiddels al jaren niet meer in deze straat wonen, zijn nog altijd van de partij. Een uniek staaltje van sociale cohesie
En ik moest direct denken aan de "Geschiedenis van de Stroom Esch”. Dit leek mij echt een stukje geschiedenis van onze wijk. Daar wilde ik meer van weten
 
 
Op de foto van links naar rechts:
Tonnie en Marjan Platenkamp, Grietje en Jan Jongbloed, Wim Korte, Herman Geerlings, Geertje Korte, Paul Elfrink, Ria Huistede, Jos Brandts en Ton Remmers.
Op de voorgrond: Willy Huistede, Ceciel Kinkhuis, Joke Geerlings, Gerda Remmers en staand Thérèse Elfrink.
 
De foto werd genomen op 31 augustus 2013.

Het begin
Bij mijn bezoek aan Gerda en Ton Remmers kwam ik ook nog Herman Geerlings en Jan Jongbloed tegen. Dus zat ik met vier mensen aan tafel die er bij waren toen het 25 jaar geleden begon.
De "pioniers” Herman Geerlings en Jan Jongbloed hadden indertijd net een nieuwe vouwwagen aangeschaft. Die vouwwagens moesten natuurlijk uitgeprobeerd worden en dat gebeurde in Nieuw Leusen op Camping
Starrenbosch.
Toen ze enkele weken later meer informatie wilden over kamperen, gingen ze met een aantal straatgenoten naar een beurs in de Evenementenhal, toen nog in de voormalige Spanjaardsfabriek, tegenover het station in Borne. Hier werd toen de afspraak gemaakt om datzelfde jaar, 1989, met die straatgenoten een weekeind te gaan kamperen, op de Bergvennen.
Daar is de traditie geboren. Vanaf dat moment werd het een terugkerende gebeurtenis. De eerste vier jaren nog om het jaar, afgewisseld met speel- en barbecue activiteiten in het Zwenkgras. Latere jaren ieder jaar kamperen.
Het aantal deelnemende gezinnen bereikte begin jaren negentig enkele keren een hoogtepunt toen zo’n zestien gezinnen samen kampeerden, de meesten met kinderen. Voor de ruim tachtig deelnemers organiseerden ze in die jaren boordevolle activiteitenprogramma’s met speurtochten, zeskampen, playbackshows, ochtendgym, volleybalwedstrijden en fiets- en wandeltochten.
 
Hoe het verder ging
Inmiddels zijn alle hoeken van Twente tijdens de weekenden verkend en ook de Achterhoek is  grotendeels bekend terrein.
Het 15-jarig jubileum werd tien jaar geleden groot gevierd met een reünie van buren, oud-buren en hun  kinderen, waarvan inmiddels een deel volwassen en uit huis getrokken is. Hierbij verschenen ook de eerste kleinkinderen ten tonele.
Er werd toen ook een compilatie film vertoond van 15 jaar gezamenlijk kamperen. De inmiddels 15 jaar oudere kinderen zagen zich in de films terug als de hummeltjes uit de eerste jaren.
De vouwwagens die destijds getest moesten worden hebben intussen plaatsgemaakt voor caravans en er worden huisjes gehuurd, maar er zijn ook nog steeds tentkampeerders.
Het aantal dagen dat samen wordt gekampeerd is voor een aantal  deelnemers gegroeid van drie naar vijf dagen, want ja, er zitten nu een aantal pensionado’s  en Vutters bij, die meer tijd hebben.
 
Begin van de straat
In 1984 en 1985 werden de huizen van het Zwenkgras gebouwd. De even nummers door Kuipers, de oneven nummers door Groothuis. En er was nog een aannemer bij betrokken.
Vanaf het begin werd er veel samen gedaan. Voor het volleybaltoernooi van de Stroom Esch leverden de kampeerbewoners twee teams, uit het hele Zwenkgras kwamen er wel 10. Verjaardagen en kraamschudden werden enthousiast gevierd met spandoeken en ooievaars.
Een medebewoner was eens zo ziek dat hij kantje boord overleefde. Gelukkig krabbelde hij weer op. Bij zijn vijftigste verjaardag kort daarna werden een ooievaar en een Abraham geplaatst, om zowel zijn wederopstanding als zijn halve eeuw feest te memoreren.
Kinderen speelden in de straat ook samen alsof ze op de camping zaten. Dan werd de straat afgezet en moest men entree betalen.
´s Winters was er een ijsbaan op naastgelegen ondergelopen land, want tot aan de Bornse Beek was het land nog niet bebouwd. En bij sneeuw werden er ijshutten en natuurlijk sneeuwpoppen gebouwd. Eenmaal is zelfs oud en nieuw in een ijshut gevierd.
Er was ook sociale controle: een buurman die zijn gras niet voldoende maaide kreeg een geit op zijn gazon
 
Niet alleen kamperen dus
Nog steeds is er het jaarlijkse buurtweekend. Dan organiseert men lange fietstochten en wandelingen. ’s Avonds praten ze dan verder in een grote partytent. Op de zaterdagavond vindt al die jaren steeds de barbecue plaats. Daarbij zijn meestal ook nog een aantal mede-buren present. Weer of geen weer, de barbecue gaat altijd door, ook al regende het af en toe pijpenstelen. Vroeger bakten de kinderen daarbij zelf hun stokbrood op een vuur van zelf bijeengesprokkeld hout. Vooral de nachtelijke uren boden hen volop avontuur, want wat is er leuker dan met z’n allen in eigen tentjes bij elkaar op een veldje te staan en dan je ouders te verleiden tot een zoektocht omdat het toch eigenlijk allang bedtijd is?
 
Stukje sociale cohesie
Er is nu nog een "harde kern” over. Een aantal gezinnen zijn verhuisd naar elders, in de Stroom Esch,
of buiten Borne. Er zijn natuurlijk wel weer jonge gezinnen voor terug gekomen. Het zou mooi zijn als die het stokje overnemen.
Want alhoewel er van alles is veranderd, de kleding op de oude foto’s, de haardracht van toen, korter of helemaal verdwenen, één verft haar haar, de rest is voor een groot deel grijs, toch is er nog veel gezamenlijks te beleven in het Zwenkgras. En hopelijk kan dat zo blijven, want dat is toch heel prettig.
 
Jan Blom,
met een tekst van Gerda Remmers als basis (zie: Nieuws in de Stroom Esch)
en een gesprek met 4 bewoners van het Zwenkgras

 
Erve Kruisselbrink, eerste stuk (deel 27)
 
Bij de geschiedenissen over boerderijen die voor de Stroom Esch belangrijk waren, miste Misdorp nog.
Dat deze boerderij nu aan het einde van de rij komt, betekent zeker niet dat het de minste was.
Al eeuwen lang was Misdorp, ook wel Kruisselbrink genoemd, een grote boerderij in Hertme.
Op het ogenblik woont in de boerderijgebouwen de familie de Jong.
Maar Erve Misdorp is al bekend uit de literatuur sinds 1418.
 

Foto gemaakt door van Capelleveen in juni 1996 
Oude vermeldingen
In een boekje "Verhalen uit de vorige eeuwen rond de gemeente Borne”, deel 9, van mevr. Van Harten Fransen vond ik als eerste vermelding: 1418, Goed te Middestorp, met Piggekotte in het buurtschap Hertme.
In "Hertme, 200 jaar parochie” staat een hoofdstuk geschreven door Henk Woolderink: De boerderijen van Hertme. Daaruit heb ik al eerder geciteerd, want de Stroom Esch was in vroeger jaren een deel van Hertme.
Bij het zoeken naar Misdorp, of namen die daarop lijken, heb ik achtereenvolgens gevonden:
* Schattingsregister Twente 1475: Middesdorp schattingsplichtig 2 schilden (dat was toen veel, dus het moet een relatief grote boerderij geweest zijn)
* Verpondingsregister 1601/1602: Middensdorp 10 mudden (= ca 400 are) (verponding is grondbelasting)
* 1602 Heffingen voor paarden, varkens, schapen en bijen: Hindrich tho Middesdorp – 6 paarden - 15 varkens (bijzonder dat geen koeien genoemd worden. Waren die er niet, of hoefde men daarvoor niet te betalen? Paarden waren van rijke boeren. Arme buren of huurders konden ze vaak wel lenen.)
* Volkstelling 1795: Misdorp, Gerardus M.,  landman ,7 personen (Dit is misschien Gradus, die ook in de Kadastergegevens van 1832 staat. Maar het kan ook zijn vader zijn geweest)
Tot slot:
Bewoners 1988:  Jan de Jong Kruisselbrink 1 (later hoorde ik dat de overeenkomst waarschijnlijk in 1986 is gesloten en dat de familie de Jong in 1987 naar erve Misdorp is verhuisd.)
Het valt op bij het zoeken naar Misdorp, dat de naam nogal eens verandert. Waarschijnlijk schrijffouten in registers uit vroeger tijden.
 
Kruisselbrink
Op oude kaarten kun je zien dat de Kruisselbrink al eeuwen een aftakking was van de Weerselosestraat en weer uitkwam op de Hedeveldsweg, in de buurt van Erve Stroomboer.
Mevrouw van Harten-Fransen veronderstelt dat de naam Kruisselbrink of Crusenbrink, afkomstig kan zijn van een kruis dat bij kruisingen of grote boerderijen werd neergezet. Die boerderijen moesten daar toestemming voor vragen bij de bisschop
Halverwege de Kruisselbrink was de oprijlaan naar de boerderij van Misdorp, Kruisselbrink 1. Volgens Tonnie Misdorp waren de Kruisselbrink en de oprijlaan bestraat. Die oprijlaan is ergens tussen 1990 en 2000 afgesloten vanaf de Kruisselbrink. De bomen staan er nog, het pad staat vol onkruid.
Aan de achterkant van de boerderij was er ook een uitgang, naar de Hedeveldsweg, waarlangs de kinderen Misdorp naar school in Hertme gingen. Toen deze achteruitgang de oprijlaan werd naar het huis van de Jong, vanaf de Hedeveldsweg, kwam daar een bordje: Kruisselbrink 1.
Vrij recent is dat veranderd in Erve Kruisselbrink, Hedeveldsweg 14. (De boerderij van Misdorp werd op kaarten van vóór 1930 ook wel Kruisselbrink genoemd)
Vanaf de Kruisselbrink heb je nog steeds een mooi zicht op een weiland met paarden en daarachter de "boerderij Misdorp” van de Jong. Er staat daar bij het Hoefblad ook sinds enige tijd een bank met uitzicht op het weiland en de boerderijgebouwen.
 
Kadaster atlas Overijssel 1832
 
 
In het tekstdeel van de kadasteratlas Overijssel 1832 staan de eigenaren opgetekend van de verschillende percelen. Als men de oppervlakten bij elkaar optelt van de percelen die op naam staan van Gradus Misdorp dan wordt dat ongeveer 42 hectaren.
Volgens zeggen besloeg de boerderij rond 1980 ongeveer 80 hectaren. Tussen 1832 en 1980 moet er dus heel wat bijgekocht zijn. Hoe dat in zijn werk is gegaan weet ik helaas niet.
Wel hoorde ik van Johan ten Brink, die op Erve Stroomboer heeft gewoond, dat Misdorp veel grond had maar niet veel geld. Dat zou er op kunnen wijzen dat geld dat met de boerderij werd verdiend veelal weer werd gebruikt om grond te kopen.
 
Familieverband
Stel dat Gradus in 1832 ongeveer 40 jaar was, hij is overleden in 1861. Zijn vrouw, Geertruid Veldhuis, was trouwens al veel eerder overleden, in 1819
Gradus en Geertruid hadden een zoon Antonie Johannes of Johannes Antonius, die in 1824 in Borne trouwde met Janna of Suzanna Geziena Scholten(have).
Een zoon van deze beiden, Antonie Misdorp, trouwde in 1875 in Weerselo met Aleida Grimberg.
Dit zijn de overgrootouders van de laatste eigenaar Misdorp. Zij kregen een zoon: Johannes Antonius Timotheus Misdorp. Hij werd geboren in Weerselo in 1880. Daarover later.
Uit gesprekken met bewoners en omwonenden heb ik begrepen dat rond 1880 een ongetrouwde Misdorp op de Kruisselbrink woonde.
Na zijn overlijden ging de boerderij naar zijn neef Johannes Antonius Timotheus, hierboven al genoemd, die in 1908 in Weerselo was getrouwd met Johanna Maria Scholten(hage), ook wel Misdoarps Meeke genoemd.
Met hun zoon komt de geschiedenis bij de huidige Stroom Esch. Want die zoon was Antoon, geboren in 1912, overleden ongeveer 1973, en in 1946 getrouwd met Anna Wenneger uit Vasse.
 
Bronnen worden beschreven bij Erve Kruisselbrink, tweede stuk (volgt later).
 
Jan Blom

#
 Erve Kruisselbrink, tweede stuk (deel 28)

Korte inhoud deel I
De oudste gegevens die ik vond over Erve Kruisselbrink dateren uit 1418. In deel I staat verder beschreven hoe de boerderij in handen kwam van de familie Misdorp, en hoe het grondgebied van de boerderij langzamerhand uitgroeide tot zo’n veertig hectare. Hierop lagen  ook meerdere kleinere boerderijen. De pachters van deze kleine boerderijen hielpen bij het oogsten op het hoofderf.
Het bezit van erve Misdorp of erve Kruisselbrink was rond 1945 ongeveer 80 hectare. 
Het eerste deel eindigt met de komst van neef Johannes Anthonius Thimotheus Misdorp uit Weerselo, die de boerderij overneemt van een ongetrouwde, kinderloze, Misdorp.
Deze neef Anton, getrouwd met Johanna Maria Scholten(hage), was de vader van Antoon en de grootvader van Johan, die beiden, na elkaar, vanaf 1945 de boerderij hebben geleid.

De familie vanaf 1946
Het huwelijk van Antoon Misdorp met Anna Wenneger begon nogal onfortuinlijk. Toen de naobers in 1946 de roosjes aan het maken waren voor de erebogen, werd er hooibroei ontdekt op de hooizolder. 
In de herinnering van Johan ten Brink was dit een bijzondere hooizolder of hiele, laag, boven de stal, met een verstevigde balkenvloer. De wagens met hooi konden hier naar boven worden gereden en daar direct geleegd.
Toen het deurtje naar de hiele werd geopend, loeiden de vlammen er uit, volgens Johan ten Brink.
Omdat men, zo kort na de oorlog, moeilijk aan drank kon komen, had men, voor de bruiloft, heel wat flessen verzameld in de stal. Door de hitte explodeerden die flessen als projectielen.
De hele boerderij werd door de brand in de as gelegd.
De bruiloft is wel doorgegaan. Johan ten Brink kan zich herinneren dat de heeroom uit Deurningen, pastoor van de Theresiakerk, de dienst leidde en daarbij aangaf: "Er wordt niet over de brand gepraat. De eerste die dat doet betaalt f5,- voor de missie.”  
Er schijnt inderdaad niet over de brand te zijn gepraat op het feest, tot de heeroom zelf als eerste in de fout ging en f 5,- moest betalen. 

Het jonge paar heeft ongeveer twee jaar gewoond in de verbouwde kippenschuur, die verder van de boerderij af stond. Hier is ook de oudste dochter geboren. Die kippenschuur staat er nog steeds.

In 1950 was de herbouw van de nieuwe boerderij klaar. Ongelukkigerwijs is er een jaar later nog eens brand geweest, maar, geluk bij een ongeluk. toen zijn alleen bijgebouwen verbrand en is de boerderij gespaard gebleven.
Totaal kregen Antoon en Anna vier dochters en twee zonen. 
Opa en Oma, Toon en  Mieke, hebben nog lange tijd bij hen op de boerderij gewoond.

 

Drie generaties op één boerderij, zoals wel vaker voorkwam. Naar de verhalen die ik hoorde ging dat niet altijd even soepel.

Grote boerderij
Zoals al eerder gezegd, Misdorp had/was een grote boerderij. Zoals Gerard Zegger zei: "Misdorp kon over zijn eigen grond van Hertme naar de Hoge Brug lopen (de brug waarover we nu de Stroom Esch binnenkomen). 
Als we de kadastrale atlas van Overijssel uit 1832 bestuderen, dan zien we dat Misdorp toen al veel grond had op plaatsen waar nu de wijk Stroom Esch ligt. Volgens Johan ten Brink had Antoon Misdorp ook grond in het Piepersveld, waar nu kwekerijen van Boomkamp liggen. Ook in de Piggelanden, ten noordwesten van Hertme, lag land van Misdorp. Zoon Johan is daar later gaan wonen, toen hij het grootste deel van de boerderij had verkocht voor de bouw van de Stroom Esch.

Het bos van Misdorp
Ten oosten van de boerderij lag een perceel waarop bos stond. Dit bos heette in de volksmond het bos van Misdorp. Wanneer het precies is gerooid ben ik niet te weten gekomen, maar zeker na 1955, waarschijnlijk vrij kort daarna. Dit bos is toen omgezet in weiland. 
Alle grond werd gebruikt voor een gemengd bedrijf. 
Er waren in 1950 ongeveer 25 koeien; er was natuurlijk veel hooiland, maar ook veel rogge. Dat werd gebruikt als veevoer voor de eigen koeien en wat overbleef werd verkocht aan de Boerenbond, waarvan de gebouwen  toen vlakbij het spoor lagen.
Voor het melken van de koeien waren ook een meid en een knecht in dienst. Maar ter gelegenheid van de geboorte van de eerste zoon, in 1951, werd een melkmachine aangeschaft.


 

Volgens Johan ten Brink was Antoon de eerste met een trekker. Hij kan zich nog herinneren hoe  het "eenpittertje” (een trekker met één cilinder) met een eenvoudige ploeg erachter over de es heen en weer ging, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Waarschijnlijk is dat dezelfde ploeg die Jan de Jong later op de zolder van het kippenhok vond. 


Antoon Misdorp stond in de buurt bekend als een "voorloper”: hij ging als eerste in de buurt de rogge of het hooi binnenhalen, of de aardappels rooien. 
Misschien ontstond door de "haast” ook de hooibroei. Maar dat is wellicht een verkeerde veronderstelling, want ik kan me uit mijn jeugd, in de buurt van Leiden, meerdere branden door hooibroei herinneren. Dat was ook rond 1950. Misschien hoorde het er toen wel bij.

De laatste Misdorp op Erve Kruisselbrink
Toen in 1972 of 1973 Antoon Misdorp overleed, nam zijn zoon Johan de boerderij over. Hij heeft het bedrijf geleid tot aan de verkoop van een deel van de grond aan de gemeente omstreeks 1978. 
Hij heeft nog enige tijd in de boerderijgebouwen gewoond en deze  in 1986 aan de Jong verkocht. 
Hij is toen verhuisd naar een boerderij aan Hoge Horst, waar hij en zijn echtgenoot van 1986 tot 2004 hebben gewoond. Deze boerderij was van oudsher in het bezit van Erve Misdorp.
De andere zoon is ook verhuisd naar een boerderij die vroeger al tot de bezittingen van  Erve Misdorp hoorde; hij is wel een stukje verplaatst.

Kerstboomverbranding op grond van Misdorp
Niet alle grond van Misdorp is omstreeks 1978 verkocht aan de gemeente of Boomkamp, slechts 65 van de ca 80 die in eigendom was. Bijvoorbeeld: het perceel tussen Kruisselbrink, Weerselosestraat, Deurningerbeek en Bartelingsweg is nu nog van Johan Misdorp. Van hem krijgen we ieder jaar toestemming om op dat perceel onze kerstbomenverbranding te houden.
Zo is de wijk ook in het heden nog verbonden met de familie Misdorp.

Bronnen:
  • De boerderijen van Hertme, H.Woolderink  in: Hertme, 200 jaar parochie, redactie E.J.Gevers en anderen, 1988 blz. 9 t/m 16
  • Kadastrale Atlas Overijssel 1832/ Borne en Weerselo
  • Gesprekken met Gerda en Johan ten Brink, Annette en Tonnie Misdorp, Gerard Zegger. Gerrit van Wezel
  • Historisch centrum Overijssel: https://www.historischcentrumoverijssel.nl
  • M.G.E. van Harten-Fransen Verhalen uit de vorige eeuw rond de gemeente Borne. Deel 9: Stroom-Strodink-Roden Es

Jan Blom

#

Erve Kruisselbrink, derde stuk (deel 29)

Als "geschiedkundige” moet ik altijd blijven opletten of mededelingen goed zijn geïnterpreteerd. Bovendien kreeg ik van de ene informant soms andere gegevens dan van de andere. Dat is een voorname reden om nog een derde stuk van de geschiedenis van Erve Misdorp te starten.

Wat was de leeftijd van Gradus Misdorp in 1832?
Ik had in het tweede stuk verondersteld dat voorouder Gradus Misdorp in 1832 ongeveer 40 jaar oud zou zijn, "omdat hij in 1862 is overleden”. Zeventig jaar oud leek me voor die tijd een "redelijke” leeftijd van overlijden, hij zou dan in 1792 zijn geboren. Maar…. zijn vrouw overleed in 1819 en zijn zoon trouwde in 1824. Die zal niet veel jonger zijn geweest dan 20 jaar, dus ongeveer 1804 geboren. 
Ho, maar toen was Gradus volgens "mijn” berekening pas 12 jaar oud. Dat is wel erg jong voor een vader. Gradus is dus waarschijnlijk rond de tachtig als hij in 1862 overlijdt en 1832 zo’n 50 jaar oud.
Annemie Mulder, die bezig was met een tentoonstelling van de historische vereniging, over de boerderijen rond Borne, wees me op deze ongerijmdheid.
Is dat belangrijk? Nee, maar wel leuk om mij bij de les te houden.

Het verhaal van Hein Wolfkamp
Ik kreeg vaak bij interviews te horen: "Ga eens praten met die of die”. Ditmaal waren het Annette en Tonnie  Misdorp, die mij zeiden: "Ga naar Hein Wolfkamp. Die heeft jarenlang op de boerderij van Misdorp gewerkt en is nu over de 90 jaar oud, die kan waarschijnlijk een heleboel vertellen.” 
Zulke aanwijzingen brengen vaak nieuwe sporen in onderzoek naar geschiedenissen. Hein was direct bereid tot een gesprek.
Ik had uit eerdere gesprekken begrepen dat Hein Wolfkamp een werknemer was geweest van Anton Misdorp. Dat bleek echter niet het geval. Hij was eerst in de kost geweest bij Meijer aan de Loodieklanden en was daarna bij Misdorp terecht gekomen. Maar hij had zijn eigen baan, eerst in Hengelo, later bij de gemeente Borne. Wel verleende hij hand- en spandiensten op de boerderij. Dat was al voor de tweede wereldoorlog begonnen, dus Hein weet veel van het reilen en zeilen op de boerderij van Anton Misdorp, de voorlaatste landbouwer op Erve Kruisselbrink of Erve Misdorp.

De belevenissen van Hein Wolfkamp bij Misdorp
Het bleek dat Hein al voor de tweede wereldoorlog op Erve Misdorp terecht was gekomen.
Zoals hiervoor geschreven, hij had daarvoor bij Meijer gewoond, die een boerderij had aan de Loodieklanden. Deze boerderij is enkele jaren geleden aan van Schoot verkocht, maar ver voor die tijd was Hein Wolfkamp al bij Misdorp terecht gekomen. 
Zo kon hij me vertellen dat het bedrijf begin vijftiger jaren waarschijnlijk zo’n 100 hectare grond in bezit had. 
Volgens Hein ging er over de bezittingen van Misdorp het verhaal dat verlies van de boerderij door  brand vergelijkbaar was met een kip die door schudden een veer verloor; het was niet heel erg; ze konden het wel missen…………  Maar ja, verhalen   ……….
Misdorp had volop grond: veel "hout”; bijvoorbeeld het bos van Misdorp, naast de Bartelinksweg. De greppel die er nu ligt, lag er toen waarschijnlijk ook al, want Hein kan zich herinneren dat er een bruggetje was van het bos naar de Bartelinksweg, op het hoekje bij de Hedeveldsweg. Over dit bruggetje gingen de kinderen Misdorp waarschijnlijk ook naar school in Hertme.
Er was ook veel wei- en hooiland voor de koeien en veel rogge en knollen en aardappelen zowel voor het vee als voor de verkoop.

De hoofdzaak was echter het melkvee. Er liepen rond 1950 zo’n 17 zwartbont koeien rond volgens Hein Wolfkamp, die met de hand gemolken werden. In 1951 werd bij Misdorp een melkmachine aangeschaft, met een benzinemotor; tegenwoordig gaat dat meestal met een elektromotor.
Na 1951 kwam er ook een auto. Waarschijnlijk is rond die tijd ook het trekkertje aangeschaft, Zowel Johan ten Brink als Hein Wolfkamp kunnen zich het "plof plof plof” geluid van de ééncilinder motor herinneren. Vóór 1951 gebeurde het ploegen en maaien met de trekkracht van paarden. Voor dat doel hadden ze drie paarden.
Naast het melkvee was er ook wat jongvee en een paar varkens.

 

 Op de foto: één van de zwartbonte koeien van Misdorp met zoon Tonnie, ca 1955.

Boerderijen in bezit bij Misdorp:
Voor hulp bij de oogst van landbouwgewassen en hout, konden ze een beroep doen op de wönners, de pachters die de verschillende boerderijen van Misdorp bewoonden. Zij konden meehelpen bij de rogge-, hooi-, en aardappeloogst.
Een aantal van deze boerderijen waren:
* Kruisselbrink, dat was het hoofderf, waar de familie Misdorp woonde.
* Hoge Horst 1, waar Johan een tijd gewoond heeft nadat de boerderij Erve Kruisselbrink rond 1987 was verkocht.
* Het Wevershuis aan de Hedeveldsweg 15, schuin tegenover kippenboerderij Schabbink, waar nu Annette en Tonnie Misdorp wonen.
* Oude Misdorp aan het begin van de Hedeveldsweg, de eerste boerderij rechts na Erve Jenneboer. Dit was de lieftucht van Erve Kruisselbrink. Hier heeft de familie Oude Veldhuis gewoond, Bernhard en Sien. Deze boerderij is begin 2000 afgebroken na brand, nadat hij al een aantal jaren leegstond.
* De boerderij aan Hertmerweg 33 
* Boerderij de Pigge aan de Piggelanden. Deze boerderij is volgens Henk Woolderink ongeveer in 1953 afgebroken. Hein Wolfkamp vertelde dat een gedeelte van de balken van de Pigge zijn verwerkt in de kerststal van Hertme.
* Volgens Hein stond ook een boerderij van Misdorp aan de Piepersveldweg.



Hoge Horst 1 Het Wevershuis Grond na afbraak Oude Misdorp

De branden
Dit verhaal is al eerder beschreven, maar Hein kon hier nog wat veranderingen en nadere gegevens toevoegen.
Vóór de brand in 1946 stond er volgens Hein een statige oude boerderij, met de hooizolder boven de deel. De hooizolder was gebouwd op houten planken op het gebint (het balkenskelet) van de deel. Hier konden de hooiwagens niet rechtstreeks naar boven worden gereden zoals Johan ten Brink me verteld had.
Deze houten vloer was natuurlijk prima voeding voor de hooibroeibrand die plaatsvond daags vóór het huwelijk van Anna Wenneger met Anton Misdorp, op 3 september 1946.
Na de brand werd in de nieuwe boerderij de hooizolder gebouwd op betonnen balken. Daar konden de hooiwagens wel opgereden worden.
Tussen de brand in 1946, waarbij de hele boerderij verloren ging, en het gereedkomen van de nieuwe boerderij,  waarschijnlijk in 1948, heeft de jonge familie Misdorp in de verbouwde kippenschuur geleefd en geslapen. Hein heeft hier ook bij gewoond. Later werd dit weer een kippenschuur; die staat er nog.
De zaak was prima ingericht met een keuken en drie slaapkamers. Alleen niet muisdicht. Hein kan zich herinneren dat hij een keer zijn nette pak wilde aantrekken, voor een bepaalde gelegenheid, en dat de muizen een stuk uit zijn pak hadden geknaagd.
8 jaar later was er weer brand  maar toen kon het grootste deel van de boerderij gelukkig behouden blijven.
In het gesprek met Hein Wolfkamp werd me ook duidelijker hoe het zat met de heerooms van de familie Misdorp. 
Eén heeroom was een broer van Anton, heeroom Gerard Misdorp. Hij was pastoor in Noord Deurningen. Hij zegende het huwelijk in van Anton Misdorp met Anna Wenneger. 
Maar er was nog een heeroom, een broer van de moeder van Anton, Mieke Scholten(have)
(op Reijmer) (Misdaorps Meeke). Deze heeroom was de bouwpastoor van de Theresiakerk in Borne. Dit was dus kennelijk nog de tijd dat er in een katholieke familie toch eigenlijk wel één zoon priester moest worden

De familie Misdorp
De Misdorps waren volgens Hein Wolfkamp "goede lui”. Ze stonden wel een beetje apart; ze bemoeiden zich niet zo met de buren. Ze waren ook zuinig, gaven niet onnodig geld uit. Hein had hier nog een mooie anekdote over: Anton kreeg een borreltje, "Moi soeker d’rin.” "Nee, dan kan er meer drank in ’t glesken”. Na een slok uit het glaasje zei Anton: "Doe mi toch maor soeker.” Waar gebeurd of niet? Wel een mooi verhaal!
Anton stond niet alleen bekend als een "vroege boer”, die vaak als eerste ging rogge maaien of hooien, hij stond ook bekend als een harde werker. Voor dag en dauw op en stug doorgaan, weer of geen weer.
Hij overleed in 1971, drie maanden na hun 25 jarig huwelijks feest. Zijn vrouw Anna overleed in 2008. Daarna heeft de oudste zoon Johan nog tot ca 1978 geboerd op Erve Kruisselbrink.
Toen in 1987 Jan de Jong de gebouwen overnam eindigde de bewoning van Erve Kruisselbrink door het geslacht Misdorp.

Jan Blom

Het Woonwagenkamp (deel 30)
 
Afbeelding invoegen
 
Woonwagencultuur op erfgoedlijst
In de Volkskrant van 15 augustus 2014 stond vermeld dat vanaf die dag de woonwagencultuur officieel tot het Nederlands cultureel erfgoed behoort. Het gaat daarbij over allerlei sociale gewoonten binnen de woonwagengemeenschap in Nederland.
Niet heel erg duidelijk omlijnd dus, maar wel een reden om met meer interesse naar woonwagen bewoners, hun gewoontes en hun omgeving te kijken.
Dus op bezoek bij onze eigen Stroom Esch woonwagenbewoners en kijken naar hun geschiedenis in de Stroom Esch.
 
Het kamp: heel wat voeten in de aarde
Voordat het woonwagenkamp er stond is er heel wat over gesproken. Van regeringswege moesten er in de nieuwe wijk Stroom Esch tien standplaatsen voor woonwagens komen: vier aan het Blauwgras en zes aan de Hedeveldsweg. Die laatste zes zijn er nooit gekomen. De woonwagenstandplaatsen aan het Blauwgras hebben wel steeds in het bestemmingsplan gestaan. Dus toen wij in de Pinksterbloem gingen wonen in 1987, wisten we dat het kampje aan het Blauwgras er zou komen.
 
Op een luchtfoto van 1987 staan nog alleen de "natte cellen” van het woonwagenkamp, keurig naast elkaar.
 
Wanneer precies de woonwagens erbij zijn gekomen is mij niet bekend, maar het moet vrij snel daarna zijn geweest. En het schijnt dat Piet Rutgers de eerste was.
 
Ook toen al zeiden mensen: "Zijn dat woonwagens? Ik zie geen wielen.” Maar toen, en ook nu nog, zaten en zitten er wielen aan de woonwagens in het kamp. Ook al zie je ze aan de buitenkant niet.
Johan Gijsen vertelde mij zelfs dat zijn wagen "een drieasser” is, dus met 6 wielen.

Afbeelding invoegen
Afbeelding invoegen

 
Vier plaatsen aan het Blauwgras.
Rond 1988 kwamen er dus vier huishoudens wonen in het kamp aan het Blauwgras:
Annie en Tinus van Engelen op no 94,
Gerrit Rotman in zijn eentje op no 96,
Rob van Heest met zijn vrouw en kind op no 98
en Piet Rutgers met vrouw en kinderen op no 100.
 
De behuizingen waren toen "enkel”, het waren nog niet de dubbele wagens zoals ze er nu staan.
 
De bedoeling van "Den Haag” en de gemeente Borne was dat de bewoners van het kamp zouden integreren in de wijk. Maar de bewoners van het kamp hadden volgens een aantal andere bewoners uit de wijk zo hun eigen gewoontes, die niet iedereen kon waarderen. Ja, "ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is”, zegt het spreekwoord.
Ook op andere plaatsen in de Stroom Esch hadden mensen zo hun eigen gewoontes.
Er waren natuurlijk ook kinderen in het kamp, die naar één van de lagere scholen in de wijk gingen en hun rondjes deden in de wijk. Zo kwam één van de kinderen van Rutgers een keer bij mij vragen of hij een wandelende tak kon krijgen. Die wilde hij temmen en kunstjes leren. Of het hem ooit gelukt is, heeft hij me nooit verteld, maar als we elkaar tegenkomen, spreken we elkaar nog, om te vragen hoe het ermee gaat.
Na een aantal jaren veranderde de samenstelling van de bewoners. Vanaf dat moment moesten we Gerrit missen. Gerrit Rotmans, die met zijn fietskarretje door de wijk reed om oud ijzer te zoeken, maar ook vaak om een kratje bier te halen bij de Plus.
Ik zie nog voor me hoe een grote kraan de hele wagen van Gerrit in één keer van zijn plaats tilde en op een vrachtwagen zette. Er zijn toen ook wagens en bewoners van plaatsen verwisseld.
 
Vanaf dat moment veranderde het uiterlijk van het kamp ook sterk.
Rob en Anita van Heest schoven een plaats op, naar waar Gerrit Rotmans had gewoond (no 96), en verbouwden hun wagen.
Op de foto is de verbouwing te zien, dat was in 2000.
Op het dak staat de vader van Rob van Heest.
De ruimte werd verdubbeld, en er kwam een kelder onder, waar Rob zijn "hobby auto’s” kon stallen.
 
Hun zoon kwam op de plaats van zijn ouders te wonen (no 98), ook in een verdubbelde wagen.
Rutgers schoof op naar de andere hoek (no 94).

Afbeelding invoegen
En op no 100 kwam  de schilder Johan Gijsen wonen, ook in een "dubbele wagen”. Hij vertelde mij dat dit zo’n 20 jaar geleden was. Sindsdien wordt er wel gekscherend over "het villapark” gesproken. Nou ja, de bewoners hebben in ieder geval alles gelijkvloers, alhoewel ze wel een trapje op moeten om binnen te komen, net als vroeger bij de woonwagen.
Overigens vertelde Johan Gijsen mij ook dat hij nog enige tijd naast Gerrit Rotmans heeft gewoond. Dat zou kunnen omdat ergens in die tijd nog een omwisseling van bewoners en standplaatsen werd uitgevoerd.

Wat gaat er met het woonwagenkamp gebeuren.
Ruim een jaar geleden was volgens de bestuurders van de gemeente Borne de maat vol. Er werd een grote schoonmaakactie gestart rond het woonwagenkamp aan het Blauwgras. Illegaal gebouwde schuurtjes moesten worden afgebroken. En tot slot kwam men tot het besluit dat het hele kamp maar moest verdwijnen. De bewoners gingen daarmee niet akkoord en haalden een landelijk bekende voorvechter van de woonwagencultuur naar Borne. Deze hield bij een commissievergadering een gloedvol betoog, dat er in het kort op neer kwam: Je kunt deze mensen niet zo maar wegsaneren. Zij hebben rechten op die plaatsen.
De gemeenteraad gaf toen het College opdracht om nog eens na te denken over de strategie tegenover het woonwagenkamp. Dit tot grote teleurstelling van een aantal omwonenden, die al op verdwijning van het kamp hadden gerekend. Die zich ook door de draai van de gemeente voor het blok gezet voelden.
Het gevolg lijkt intussen wel te leiden tot een andere benadering. In ieder geval geen snelle afbraak van het kamp.
Sindsdien is er een iets groter parkeerplaatsje aangelegd, zijn er met de bewoners afspraken gemaakt en ziet de omgeving er duidelijk beter uit.
Intussen is nu (half november) die grotere parkeerplaats weer verkleind tot twee parkeerplaatsen aan het Blauwgras

Fabels over het kamp
Er gaan nogal wat geruchten over het kamp en zijn bewoners, dus daar heb ik ook naar  gevraagd: "wat klopt er van die geruchten en verhalen?”
De bewoners leven niet van een uitkering. Zij zijn ZZP’ers die "in het oud ijzer” of met het schildersbedrijf een aardige boterham verdienen.
De grond waarop de wagens staan is gepacht van de gemeente, maar de wagens zijn allemaal in eigendom, dus niet gratis door de gemeente verschaft.
De bewoners zijn niet asociaal, het zijn geen mensen die zich nergens wat van aantrekken. Toen aan het Blauwgras een bewoner was overleden, stonden een aantal auto’s van de woonwagenbewoners in de weg voor de vele bezoekers. Eén vraag was toen voldoende om de auto’s direct tijdelijk te verplaatsen.
Toen wij op vakantie gingen met een vouwwagen waarvan we niet helemaal zeker waren, gaf Rob van Heest ons de verzekering dat hij het ding zou ophalen als er wat kapot zou gaan. Gelukkig was het niet nodig.
Toen de aanhangwagen van de Wijkvereniging met een lekke band stond, had Rob nog wel een wieltje dat we er onder konden zetten.
De bewoners van het kamp  vinden het dan ook vervelend dat alles van woonwagenbewoners over één kam wordt geschoren. Er gebeurt best wel eens wat, ook in andere kampen, maar dat betekent niet dat zoiets voor alle bewoners geldt.

Afbeelding invoegen

Nog een laatste opmerking: in de Stroom Esch kan het erg nat zijn na een heftige regenbui.
Dan kunnen hele straten onder water staan.

Voor sommige automobilisten is het dan leuk om met een vaartje over zo’n straat te rijden: "lekker spuitend water!”. Maar vervelend voor iemand aan het Blauwgras die een kelder dicht aan de straat heeft, zoals Rob van Heest.
Niet zo gek dus dat Rutgers en van Heest hun vrachtauto’s midden op straat zetten om te voorkomen dat mensen over het Blauwgras gingen "racen” en zo het water de kelder zou ingolven.
 
Woonwagencultuur
Wat maakt het nu prettig om in een woonwagen te wonen? Het heeft nu niets meer te maken met de rondtrekkende wagens van vroeger. Maar het heeft wel iets aparts. Vaak ook van vroeger overgehouden, alhoewel bijvoorbeeld Rob van Heest niet in een woonwagen geboren is en zijn zoon ook niet. Maar de woonboot waar hij vandaan komt had natuurlijk ook iets aparts.
Er heerst ook een sfeer waarbij bewoners zich bij elkaar betrokken voelen. Wat niet wil zeggen dat ze allemaal hetzelfde zijn. Wat voor de één geldt hoeft niet voor de ander te gelden. Ze willen dan ook niet als eenvormige groep worden aangesproken.
En er zijn kleine dingen: de inrichting van de wagens is vaak kleurrijk, met veel tierelantijnen. Het is voor bewoners vaak gebruikelijk om de schoenen uit te trekken als je ergens naar binnen gaat. Ik kan me voorstellen dat deze gewoonte is overgebleven van vroeger toen kampen vaak modderig waren.
Het schijnt ook bij de woonwagencultuur te horen dat er lang niet altijd officieel getrouwd wordt. Was dat misschien de reden dat Dennis van Heest pas trouwde toen zijn kind al geboren was? (Ik had dat natuurlijk eigenlijk aan Dennis zelf moeten vragen)

Conclusie
Bestaat de groep woonwagenbewoners uit een stel lieverdjes. Nee en dat beseffen ze zelf ook. Ze kunnen hun mondje wel roeren en hun werk brengt soms ook rommel mee.
Passen ze dan helemaal niet binnen de Stroom Esch? Dat zou je kunnen zeggen. Je zou ook kunnen zeggen: het kamp geeft extra kleur aan een veelvormige Stroom Esch. Denk niet dat we er nooit last van hebben, maar dat betekent niet dat het dan maar weg moet. Als alles weg moet waar we wel eens last van hebben, dan blijft er niet veel meer over van de Stroom Esch.
En als wij ons best doen en er energie in steken kunnen we ook de leuke dingen van het kamp ontdekken.
Dus: het woonwagenkamp een kleurrijk onderdeel van de geschiedenis van de Stroom Esch.

Jan Blom